Op 14 april 2021 velt de 16de kamer van de Rechtbank van eerste aanleg in Luik een opmerkelijk vonnis. Een 48-jarige dakloze en aan alcohol verslaafde vrouw staat er terecht voor vijf verschillende kleine diefstallen, gepleegd tussen november 2020 en februari 2021.

—–

De Belgische drugswet bestaat honderd jaar en vormt nog steeds de ruggengraat van het huidige drugsbeleid. Dit beleid steunt vrijwel volledig op criminalisering en bestraffing van alle gedragingen die met drugs verband houden, gaande van bezit en gebruik tot productie en handel. Hoewel drugsgebruik in wezen een volksgezondheidsprobleem vormt, bleef de strafrechtelijke aanpak decennialang de dominante strategie, in de veronderstelling dat repressie zowel vraag als aanbod zou doen afnemen.

De historische wortels van deze aanpak liggen niet uitsluitend in bezorgdheid om de gezondheid, maar ook in economische, geopolitieke en raciale motieven. Internationale druk, met name vanuit de Verenigde Staten, leidde tot de wereldwijde criminalisering van roesmiddelen. De zogenaamde “war on drugs” werd bovendien bewust ingezet om bepaalde bevolkingsgroepen te controleren en te marginaliseren.

Honderd jaar later blijkt de balans bijzonder negatief. Het gebruik van drugs is niet afgenomen, het aantal problematische gebruikers blijft stijgen en het aanbod is explosief gegroeid. Nieuwe synthetische middelen zijn gevaarlijker dan ooit, terwijl klassieke drugs steeds sterker zijn geworden. Het aantal gezondheidsincidenten en overlijdens neemt toe, ondanks de voortdurende repressie.

De strafrechtelijke aanpak heeft bovendien een fundamenteel paradoxaal effect. Hoe strenger de strijd tegen drugs, hoe winstgevender de illegale markt wordt. De verhoogde risico’s worden doorgerekend aan gebruikers, waardoor criminele organisaties steeds rijker en machtiger worden. Het huidige beleid creëert zo zelf het verdienmodel waarop georganiseerde misdaad floreert.

Daarbovenop vergt de war on drugs enorme publieke middelen. Een groot deel van de politie- en justitiecapaciteit wordt opgeslorpt door drugsfeiten, vaak ten koste van de bestrijding van andere vormen van criminaliteit. Duizenden processen-verbaal voor louter bezit illustreren deze inefficiëntie.

Criminalisering veroorzaakt bovendien zware sociale schade. Mensen met drugsproblemen worden gestigmatiseerd, krijgen een strafblad en worden geconfronteerd met structurele uitsluiting op de arbeids- en huisvestingsmarkt. Opsluiting ondermijnt menselijke waardigheid en draagt nauwelijks bij tot herstel of re-integratie.

Tegenover deze vaststellingen groeit een brede wetenschappelijke consensus dat het beleid fundamenteel moet worden hertekend. Legaliseren betekent niet vrijgeven of normaliseren, maar het vervangen van strafrecht door regulering. Net zoals bij alcohol, tabak, abortus of homoseksualiteit gaat het om het creëren van een wettelijk kader dat maatschappelijke schade beperkt.

Essentieel daarbij is de wijze van regulering. Een strikt, niet-commercieel en door de overheid gestuurd model kan toegankelijkheid beperken, productkwaliteit controleren en preventie versterken. Het huidige systeem, waarin criminelen de prijs, samenstelling en beschikbaarheid bepalen, wordt zo vervangen door publieke controle.

Internationale voorbeelden tonen aan dat decriminalisering niet leidt tot massaal meer gebruik. Landen als Portugal en Nederland bewijzen dat gebruik stabiel blijft of zelfs daalt wanneer strafrecht plaatsmaakt voor gezondheidsbeleid.

Een hervormd drugsbeleid maakt middelen vrij voor hulpverlening, preventie en sociale ondersteuning. Het ontneemt de georganiseerde misdaad haar inkomsten, vermindert institutionele overbelasting en voorkomt levenslange marginalisering van gebruikers.

Na honderd jaar repressie blijkt duidelijk dat het bestaande model faalt. Een beleid gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, mensenrechten en volksgezondheid dringt zich op. De honderdste verjaardag van de drugswet markeert geen succesverhaal, maar een dringende oproep tot structurele verandering.

Lees het commentaar in een andere taal :