Het recht op menselijke waardigheid van asielzoekers duldt geen enkele uitzondering.

De Belgische Staat en het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) zijn onlangs in kort geding veroordeeld omdat zij asielzoekers niet in staat hebben gesteld de vluchtelingenstatus aan te vragen in België.

Bij beschikking van 19 januari 2022 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, in kort geding, dat wil zeggen bij hoogdringendheid, de Belgische Staat veroordeeld tot de betaling van een dwangsom van 5.000 EUR per dag in geval dat ten minste één persoon die in België asiel wenst aan te vragen dit recht niet kan uitoefenen.

In dezelfde beslissing wordt Fedasil veroordeeld tot een dwangsom van 5.000 euro per werkdag dat een asielzoeker het recht op opvang wordt ontzegd.

De uitwerking van deze beschikking, die onmiddellijk uitvoerbaar is, geldt voor een termijn van zes maanden. Dit is de termijn waarover de partijen die de zaak in kort geding aanhangig hebben gemaakt, beschikken om de zaak ten gronde aan de (bodem)rechter voor te leggen. Wanneer de (kortgeding)rechter een “voorlopige” beslissing neemt, is dat omdat hem een noodsituatie is voorgelegd die hij heeft vastgesteld zonder over de tijd en de bevoegdheid te beschikken om een “definitieve” beslissing te nemen, hetgeen aan de bodemrechter toekomt.

Lees het volledige commentaar in de oorspronkelijke taal: