Vastberaden om de toestroom van asielzoekers drastisch terug te dringen, liet de nieuwe minister Anneleen Van Bossuyt in juli 2025 twee wettelijke bepalingen aannemen: de ene bestempelt elke beschermingsaanvraag van een houder van de M-status als een “volgend verzoek”, de andere maakt het mogelijk de opvangvoorwaarden voor diezelfde personen te beperken. Sinds de inwerkingtreding van deze wetten in augustus 2025 zijn de gevolgen rampzalig: gezinnen met jonge kinderen, zwangere vrouwen, ouderen en personen met psychische of fysieke kwetsbaarheden zijn op straat terechtgekomen, verstoken van elke materiële hulp.
Gealarmeerd door deze humanitaire gevolgen, stelden verenigingen en gespecialiseerde advocaten bij het Grondwettelijk Hof een beroep tot nietigverklaring in, vergezeld van een verzoek tot schorsing. In arrest nr. 23 van 26 februari 2026 herinnerde het Hof eraan dat het HvJ-EU weliswaar, in het arrest Khan Yunis en Baabda, heeft erkend dat een lidstaat een aanvraag van iemand met een definitieve negatieve beslissing als “volgend verzoek” mag behandelen, maar zich nog niet heeft uitgesproken over het geval van een positieve beslissing – namelijk de situatie die eigen is aan de M-status – en stelde dienaangaande een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. In afwachting van dit antwoord, vaststellende dat de weigering van opvang een inbreuk vormde op de menselijke waardigheid en ernstige fysieke en psychologische schade dreigde te berokkenen aan kwetsbare personen, schorste het Hof de betwiste bepalingen met erga omnes-werking en met kracht van gewijsde.
Minister Van Bossuyt negeerde dit arrest bewust en gaf Fedasil opdracht het niet-opvangbeleid voort te zetten, daarbij rechtsgrondslagen inroepend – artikel 4, §1, 3º van de opvangwet in zijn vroegere versie en een nog niet van kracht zijnde interpretatie van het Europees Pact – die de Raad van State reeds als ontoereikend had beoordeeld. Bij arrest van 27 maart 2026 schorste de Raad van State opnieuw de nieuwe ministeriële instructie, vaststellende dat zij de betrokken personen blootstelde aan het risico van totale ontbering. Meer dan 400 medewerkers van Fedasil hekelden in een open brief de “onwettige bevelen” van de minister, wijzend op “dagelijkse schendingen van de rechtsstaat en de menselijke waardigheid”. Door de beslissing van de hoogste rechterlijke instantie van het land openlijk te negeren – gesteund door een precedent van niet-uitvoering van tienduizenden rechterlijke beslissingen en door misprijzen voor een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Camara t. België, 2023) – tast de regering het beginsel van de scheiding der machten aan en laat zij deze mensen achter in een toestand van uiterste kwetsbaarheid en bestaansonzekerheid, buiten staat om een leven te leiden in overeenstemming met de menselijke waardigheid.
Lees het cursiefje in de oorspronkelijke taal: