De heer Kovačević, die een mentale beperking heeft, wordt door een rechterlijke beslissing als handelingsonbekwaam beschouwd. Handelingsonbekwaamheid heeft tot gevolg dat een persoon zijn rechten niet meer zelf kan uitoefenen. De heer Kovačević dient daartegen een klacht in bij het Kroatische Grondwettelijk Hof, dat hem in het gelijk stelt en de beslissing over zijn handelingsonbekwaamheid vernietigt. Maar het verzoek van de heer Kovačević om de kosten voor het instellen van de klacht terug te betalen wordt afgewezen. In de wet staat immers dat de partijen die een klacht indienen bij het Grondwettelijk Hof hun eigen kosten betalen, tenzij datzelfde Hof er anders over beslist.

Lees het artikel in een andere taal :