De heer Kovačević, die een mentale beperking heeft, werd door een rechterlijke beslissing als handelingsonbekwaam beschouwd, waardoor hij zijn rechten niet langer zelfstandig kon uitoefenen. Tegen deze beslissing stelde hij een klacht in bij het Kroatische Grondwettelijk Hof. Dat hof stelde hem in het gelijk en vernietigde de beslissing over zijn handelingsonbekwaamheid, maar wees zijn verzoek tot terugbetaling van de gemaakte kosten af, aangezien de wet bepaalt dat verzoekers in principe hun eigen kosten dragen.

De centrale vraag betrof de verenigbaarheid van deze kostenregeling met het recht op toegang tot de rechter zoals beschermd door artikel 6 EVRM. De weigering om advocatenkosten terug te betalen kan een daadwerkelijke belemmering vormen voor de toegang tot de rechter. In dit geval bedroegen de kosten voor het instellen van een klacht ongeveer 815 euro, meer dan het gemiddelde maandloon in Kroatië. Zelfs voor een gemiddelde burger vormt dit een aanzienlijke financiële last, terwijl de impact voor de heer Kovačević nog zwaarder woog gezien zijn maandinkomen van slechts 164 euro.

De regeling had als doel te vermijden dat het Grondwettelijk Hof overspoeld zou worden door nutteloze klachten en om de overheidsuitgaven te beperken. Dat doel wordt als legitiem aanvaard, aangezien de procedure eenzijdig en verder kosteloos is.

Beslissend was evenwel de proportionaliteit van de beperking. De procedure was van fundamenteel belang voor de persoonlijke situatie van de heer Kovačević, aangezien zij zijn handelingsbekwaamheid betrof. Gezien de complexiteit van de zaken voor het Grondwettelijk Hof was juridische bijstand noodzakelijk en geen vrijblijvende keuze. Het ontbreken van mogelijkheden tot juridische bijstand, gecombineerd met de hoge kosten en het lage inkomen van de verzoeker, versterkte de belemmering aanzienlijk. Bovendien werd de weigering van kostenvergoeding onvoldoende gemotiveerd en beperkt tot een loutere herhaling van de wettelijke bepaling.

De financiële last legde daardoor een onevenredige beperking op aan het recht op toegang tot de rechter. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens besloot dan ook dat artikel 6 EVRM werd geschonden.

Lees de samenvatting in een andere taal :