Het recht op een schoon en gezond leefmilieu werd op 28 juli 2022 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties erkend als universeel mensenrecht, een historische mijlpaal in de ontwikkeling van de mensenrechten. Hoewel deze resolutie juridisch niet bindend is, heeft zij een belangrijke normatieve en politieke betekenis en kan zij wereldwijd richting geven aan klimaat- en milieubeleid. De erkenning benadrukt dat milieubescherming onlosmakelijk verbonden is met mensenrechten en met de bestrijding van ongelijkheid.

De klimaat- en milieucrisis treft de planeet diepgaand. In het Antropoceen heeft de mens een allesbepalende invloed op ecosystemen, met verregaande gevolgen zoals klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, vervuiling, extreme weersomstandigheden en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Deze ontwikkelingen bedreigen fundamentele rechten zoals het recht op leven, gezondheid en behoorlijke levensomstandigheden. Wereldwijd worden miljoenen vroegtijdige overlijdens gelinkt aan milieuschade, in het bijzonder aan luchtvervuiling.

De impact van de ecologische crisis is ongelijk verdeeld. Kwetsbare bevolkingsgroepen dragen het minst bij aan de milieuproblematiek maar ondervinden er de zwaarste gevolgen van. Klimaatverandering vergroot bestaande sociale ongelijkheden, zowel wereldwijd als binnen staten en steden. De milieuproblematiek is daardoor ook een uitgesproken gelijkheidsvraagstuk dat noopt tot een rechtvaardige aanpak.

De relatie tussen milieu en mensenrechten is historisch gegroeid. Al in 1972 werd tijdens de VN-conferentie van Stockholm erkend dat een kwaliteitsvolle leefomgeving essentieel is voor een waardig leven. Lange tijd bleef dit echter beperkt tot programmatische verklaringen. Pas via de rechtspraak van internationale mensenrechtenorganen kreeg milieubescherming concreet juridisch gewicht, onder meer door de ‘vergroening’ van klassieke mensenrechten zoals het recht op privéleven en het recht op leven.

Talrijke rechterlijke uitspraken, in Europa en daarbuiten, bevestigen dat ernstige milieuschade kan leiden tot mensenrechtenschendingen. Zowel in zaken over industriële vervuiling, afvalbeheer als klimaatbeleid werd vastgesteld dat overheden positieve verplichtingen dragen om burgers te beschermen tegen milieugevaren. Deze evolutie bereidde het terrein voor de erkenning van een autonoom mensenrecht op een schoon en gezond leefmilieu.

De VN-resolutie van 2022 plaatst dit recht op gelijke hoogte met andere universele mensenrechten. Zij erkent dat vervuiling, klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en slecht beheer van natuurlijke hulpbronnen structurele mensenrechtenproblemen vormen. Overheden, internationale organisaties en bedrijven worden opgeroepen om dit recht actief te realiseren en bestaande milieunormen daadwerkelijk te handhaven.

Hoewel de resolutie geen rechtstreekse afdwingbaarheid creëert, heeft zij een belangrijke katalyserende werking. Wereldwijd hebben inmiddels vele staten het recht op een gezond leefmilieu opgenomen in hun grondwet of regionale mensenrechtenverdragen. Ook België kent dit recht sinds 1994 via artikel 23 van de Grondwet, dat het recht op een menswaardig leven koppelt aan onder meer milieubescherming.

Deze grondwettelijke erkenning heeft juridische gevolgen. Zo geldt een standstillverplichting: het bestaande beschermingsniveau van milieuwetgeving mag niet zonder zwaarwichtige redenen worden verlaagd. Bovendien rust op de overheid een zorgplicht om het leefmilieu actief te beschermen, wat ook een rol speelt bij overheidsaansprakelijkheid, zoals duidelijk werd in de Belgische Klimaatzaak.

De erkenning van het recht op een gezond leefmilieu heeft tevens een uitgesproken sociale dimensie. Milieurechtvaardigheid vereist dat ecologische transities niet leiden tot bijkomende sociale uitsluiting. Armoedebestrijding en milieubeleid kunnen enkel samengaan via een ecosociaal beleid dat herverdeling, duurzaamheid en sociale bescherming combineert.

Een dergelijk beleid moet onder meer inzetten op energiezuinige en betaalbare huisvesting, eerlijke huurprijzen, toegankelijke steunmaatregelen, duurzame mobiliteit en een sterke sociale economie. De verwevenheid van sociale en ecologische uitdagingen laat geen ruimte meer voor gescheiden beleidsvisies. Enkel door deze samen te benaderen kan het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu werkelijk universeel worden gerealiseerd.

Dit cursiefje is alleen beschikbaar in het Nederlands. Lees de samenvatting in een andere taal :