Nu het aantal daklozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft stijgen, wordt in deze bijdrage onderzoek gedaan naar de grondwettelijke redenen voor dit maatschappelijk falen. Eerst wordt de versnippering van de bevoegdheden tussen de verschillende beleidsniveaus onderzocht in het licht van wat als een coherent daklozenbeleid wordt gedefinieerd, namelijk de coördinatie tussen preventie, noodopvang en re-integratie. Vervolgens worden de samenwerkings- en overlegmechanismen die bedoeld zijn om deze versnippering tegen te gaan onder de loep genomen. Uit de analyse blijkt echter dat deze er niet in slagen alle relevante actoren samen te brengen en dat het ontbreekt aan transparantie en een verplichtend karakter. Op basis van deze twee vaststellingen worden in het derde deel van deze bijdrage denkpistes gelanceerd met het oog op de zevende staatshervorming. Zo zou het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in navolging van andere doctrinaire voorstellen, meer bevoegdheden moeten krijgen. Andere pistes, zoals het verankeren van dakloosheid als een volwaardige bevoegdheid, zouden de problematiek zichtbaarder kunnen maken. Bij gebrek aan een adequaat politiek antwoord zouden de verdeling van de bevoegdheden en het coöperatief federalisme ook in vraag kunnen worden gesteld door een aansprakelijkheidsvordering in te stellen, naar het voorbeeld van de lessen die uit de Klimaatzaak werden getrokken.

——

Dakloosheid neemt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alarmerend toe, met een voortdurende stijging van het aantal personen zonder stabiele huisvesting en een groeiend aantal overlijdens in de openbare ruimte. Dit fenomeen beperkt zich niet tot het ontbreken van een woning: het is het resultaat van uiteenlopende sociale, economische, administratieve, gezondheids- en migratiegerelateerde factoren en treft bijzonder heterogene doelgroepen.

Ondanks de grondwettelijke verankering van het recht op een behoorlijke woning en het bestaan van talrijke juridische instrumenten slaagt België er niet in een doeltreffend beleid tegen dakloosheid te voeren. Dakloosheid werd nooit als een autonome bevoegdheid beschouwd, maar blijft versnipperd over domeinen zoals maatschappelijke bijstand, huisvesting en armoedebestrijding, wat elke globale aanpak bemoeilijkt.

Een coherent beleid vereist nochtans de samenhang tussen drie onlosmakelijk verbonden pijlers: preventie van woonverlies, noodopvang ter waarborging van de menselijke waardigheid en duurzame herinschakeling via toegang tot huisvesting. In Brussel worden deze dimensies echter door verschillende overheden beheerd, zonder echte gezamenlijke sturing.

De bevoegdheidsverdeling blijkt bijzonder gefragmenteerd tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappen en gemeenschapscommissies, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de federale overheid, de gemeenten en hun OCMW’s. Elke actor grijpt slechts gedeeltelijk in, volgens eigen institutionele logica’s, wat leidt tot overlappingen, grijze zones en talrijke onderbrekingen in de begeleiding.

Deze versnipperde architectuur bevordert een beleid dat voornamelijk op noodsituaties is gericht en ruim wordt gefinancierd, ten nadele van preventie en herinschakeling. Tijdelijke opvang wordt zo een structureel antwoord, zonder dat het aantal mensen dat op straat leeft daadwerkelijk afneemt.

Het coöperatief federalisme, dat deze versnippering zou moeten opvangen, blijkt grotendeels inefficiënt. De bestaande samenwerkingsakkoorden en overlegmechanismen blijven onvolledig, weinig transparant en gebaseerd op vrijwilligheid, zonder bindende kracht of gedeelde strategische visie.

Tegenover deze tekortkomingen dienen zich verschillende pistes aan: versterking van de bevoegdheden van het Brussels Gewest, erkenning van dakloosheid als een afzonderlijke bevoegdheid of een grondige hertekening van het institutionele bestuur in het kader van een toekomstige staatshervorming. Bij gebrek aan politieke actie zou ook de juridische aansprakelijkheid van de overheden kunnen worden ingeroepen, naar analogie met klimaatzaken, om de effectieve waarborging van de grondrechten van dakloze personen af te dwingen.

Lees het commentaar in de oorspronkelijke taal: