In 2023 werd een omzendbrief over het referentieadres aangenomen om de regels voor daklozen te verduidelijken. Over het referentieadres bestonden immers veel onduidelijkheden, zowel bij administraties als aanvragers. Dat viel te betreuren, aangezien het referentieadres personen zonder hoofdverblijfplaats in staat stelt zich administratief in te schrijven en zo een instrument is om de toegang tot verschillende rechten te garanderen.
Vijf verenigingen vroegen de nietigverklaring van deze omzendbrief, omdat zij meenden dat deze nieuwe, strengere regels creëerde zonder de verplichte procedures te respecteren. Een vordering tot nietigverklaring van zo’n omzendbrief is volgens de Raad van State pas mogelijk wanneer aan drie voorwaarden is voldaan: (1) de omzendbrief roept nieuwe regels in het leven, (2) die nieuwe regels zijn verplicht, en (3) de opsteller van de omzendbrief heeft de macht om de uitvoering ervan af te dwingen bij de bestemmeling en eventueel sancties op te leggen. Dat was in deze zaak het geval.
De Raad van State bevestigt nu dat de omzendbrief nieuwe regels creëert. Omdat hiervoor niet de vereiste procedure is gevolgd, vernietigt de Raad van State de omzendbrief en de bijhorende algemene instructies. Daardoor treedt de oudere regelgeving opnieuw in werking.
Lees de samenvatting in een andere taal :