Het arrest nr. 123/2022 van 13 oktober 2022 van het Grondwettelijk Hof behandelt de gevolgen van een Waalse fiscale hervorming voor de tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Aanleiding vormden prejudiciële vragen van het Arbeidshof van Luik over de situatie van een begunstigde die haar inkomensvervangende tegemoetkoming verloor en enkel nog een integratietegemoetkoming ontving. Dit verlies was het gevolg van de vervanging van de belastingaftrek voor de eigen en enige woning door een belastingvermindering, waardoor het belastbaar inkomen steeg zonder dat het werkelijke inkomen toenam.

Sinds 1 juli 2014 zijn de gewesten exclusief bevoegd om belastingverminderingen en -kredieten toe te kennen voor de eigen woning, maar zij mogen de belastbare grondslag niet verlagen en geen belastingaftrek invoeren. Het Waals programmadecreet van 12 december 2014 paste de fiscale regeling aan vanaf aanslagjaar 2015. Deze hervorming had echter een onverwacht effect op de berekening van sociale tegemoetkomingen.

Volgens de wetgeving inzake tegemoetkomingen voor personen met een handicap worden immers de belastbare inkomens in aanmerking genomen. Door de hogere belastbare basis leidde de hervorming tot een vermindering van de toegekende uitkeringen. Het Hof stelde vast dat hierdoor een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau ontstond voor personen met een handicap.

Deze achteruitgang, die niet werd gerechtvaardigd door enig algemeen belang, schendt artikel 23 van de Grondwet en de daarin vervatte standstill-verplichting. De ongrondwettigheid vloeit voort uit het ontbreken van een gelijktijdige aanpassing van de federale regelgeving inzake tegemoetkomingen. De verantwoordelijkheid rust daarom bij de federale staat, die het koninklijk besluit van 6 juli 1987 moet wijzigen om een ongerechtvaardigde aantasting van de sociale grondrechten van personen met een handicap te voorkomen.

Lees de samenvatting in een andere taal: