De voorlopige maatregelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die hieronder samengevat zijn, maken deel uit van een helaas lange gerechtelijke saga. De zaak betreft 148 asielzoekers van verschillende nationaliteiten die geen onderdak hebben op Belgisch grondgebied. Op verschillende data dienden zij eenzijdige verzoekschriften in bij de arbeidsrechtbank te Brussel, waarbij zij het risico van ernstige en onomkeerbare aantasting van de menselijke waardigheid aanvoerden en de rechtbank verzochten het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) te gelasten aan zijn wettelijke verplichtingen zoals omschreven in de wet van 12 januari 2007 te voldoen.

In elk van deze zaken heeft de rechtbank Fedasil veroordeeld. Zij heeft Fedasil gelast een plaats voor de opvang van verzoekers aan te wijzen in een opvangcentrum, of zelfs in een hotel of een andere geschikte instelling indien er geen plaats beschikbaar was, en hen op straffe van een dwangsom, huisvesting zoals in artikel 6 van de wet omschreven, te verstrekken. Deze bevelen werden betekend en werden definitief, maar waren niet ten uitvoer gelegd toen verzoekers hun verzoekschrift indienden bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.

Deze procedure, die uiterst uitzonderlijk is, stelt het Europees Hof in staat om voorlopige maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 39 van het Reglement van het Hof en in casu heeft het dat ook gedaan. Het Hof heeft de Belgische Staat bevolen tot de tenuitvoerlegging van de beschikkingen van de arbeidsrechtbank te Brussel ten aanzien van elk van de verzoekers en geboden hen voor de duur van de procedure voor het Hof huisvesting en materiële bijstand te verlenen om in hun basisbehoeften te voorzien. Deze procedure is inderdaad voorlopig en het Hof zal zich nog over de grond van de zaak moeten uitspreken, zoals het in de beschikking stelt.

Het Hof herinnert er derhalve aan dat de in artikel 39 van het Reglement van het Hof bedoelde maatregelen worden genomen in de loop van de (bodem)procedure voor het Hof en niet vooruitlopen op zijn latere beslissingen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van de zaken in kwestie. Het zal verzoeken om voorlopige maatregelen slechts in uitzonderlijke gevallen in te willigen, wanneer de verzoekers anders een reëel risico op onherstelbare schade zouden lopen.

Lees de samenvatting in een andere taal: