In een arrest van 1 april 2021 besluit het EHRM tot een schending van artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het familieleven). In afwachting van een adoptiebeslissing wordt het een moeder verboden enig contact te hebben met haar dochters. De procedures slepen al meer dan drie jaar aan.

——

De zaak betreft een Nigeriaanse moeder die als slachtoffer van mensenhandel in Italië terechtkwam en daar samen met haar twee dochters verbleef in een opvangstructuur. Nadat bij het jongste kind een hiv-besmetting werd vastgesteld en de moeder zich verzette tegen een therapeutische behandeling, werd het ouderlijk gezag ingetrokken en werd een plaatsingsprocedure opgestart. Ook ten aanzien van het tweede kind werd het ouderlijk gezag ontnomen wegens medische weigeringen en onaangepaste opvangomstandigheden.

Na moeilijkheden met de hulpverleningsdiensten en een negatieve psychologische evaluatie besliste de jeugdrechtbank dat de moeder niet in staat was haar kinderen op te voeden. Beide kinderen werden ter adoptie opgegeven, in verschillende pleeggezinnen geplaatst en elk contact met de moeder werd volledig verboden, ondanks het ontbreken van aanwijzingen van geweld of misbruik.

In hoger beroep wees een nieuwe deskundige op het posttraumatisch stresssyndroom van de moeder en het bestaan van een sterke affectieve band met haar dochters. Hij adviseerde het herstel van het contact, maar deze aanbevelingen werden genegeerd. De cassatierechter vernietigde later het arrest wegens onvoldoende motivering, terwijl de procedure ondertussen bleef aanslepen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat het totale contactverbod een ernstige inmenging vormt in het recht op eerbiediging van het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM. Hoewel het verbod wettelijk was voorzien en een legitiem doel nastreefde, voldeed het niet aan het vereiste van noodzakelijkheid in een democratische samenleving.

De nationale rechtbanken kozen voor de meest ingrijpende maatregel zonder te onderzoeken of minder verregaande alternatieven mogelijk waren. Zij hielden geen rekening met de kwetsbaarheid van de moeder, haar verleden als slachtoffer van mensenhandel, noch met haar culturele achtergrond. Ook het belang van de kinderen en hun onderlinge band werd onvoldoende onderzocht.

Het Hof stelt een schending van artikel 8 EVRM vast en herhaalt dat een volledig contactverbod slechts gerechtvaardigd kan zijn bij een reëel en ernstig gevaar voor het kind. Plaatsing moet steeds gericht blijven op het behoud of het herstel van familiale banden, en autoriteiten moeten uiterst voorzichtig omgaan met maatregelen die deze banden volledig verbreken.

Lees de samenvatting in een andere taal: