Een man die illegaal in België verblijft, vraagt bij het OCMW tussenkomst voor dringende medische hulp na een opname op de spoeddienst van een ziekenhuis. Hij is Grieks ingezetene met verblijfsrecht in Griekenland en verblijft sinds eind 2017 tijdelijk bij zijn dochter en haar partner in België. Het OCMW weigert de hulpverlening omdat hij volgens haar niet behoeftig is, aangezien het gezin waarbij hij inwoont over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Het arbeidshof te Antwerpen volgt deze redenering en besluit dat sprake is van samenwoning, louter omdat de man bij zijn dochter verblijft.
Het Hof van Cassatie herneemt het wettelijk kader van de OCMW-wet. Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening die toelaat een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Voor vreemdelingen zonder wettig verblijf is deze opdracht beperkt tot het verstrekken van dringende medische hulp, voor zover zij zich in een toestand van behoeftigheid bevinden. Die behoeftigheid moet blijken uit een sociaal onderzoek waarin onder meer de eigen bestaansmiddelen, de gezins- of familiale situatie en de levensomstandigheden worden onderzocht.
Bij de beoordeling mogen de bestaansmiddelen van bepaalde familieleden met wie de betrokkene samenwoont in aanmerking worden genomen. Het begrip samenwoning heeft daarbij echter een specifieke juridische betekenis. Het veronderstelt niet enkel het verblijf onder hetzelfde dak, maar ook een zekere duurzaamheid en het hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen van de huishoudelijke aangelegenheden.
In het voorliggende geval heeft het arbeidshof nagelaten te onderzoeken of aan deze voorwaarden was voldaan. Het heeft de samenwoning afgeleid uit het loutere feit van inwoning, zonder na te gaan of sprake was van een duurzame gemeenschap van leven en middelen. Door deze onvolledige beoordeling heeft het arbeidshof de wettelijke definitie van samenwoning miskend.
Het Hof van Cassatie oordeelt dat het arrest daardoor strijdig is met de OCMW-wet. Aangezien het Hof zich niet over de feiten zelf kan uitspreken, beperkt het zich tot de vaststelling van de wetschending. Het arrest van het arbeidshof van Antwerpen wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het arbeidshof van Gent, dat opnieuw uitspraak zal moeten doen met eerbiediging van de juridische criteria inzake samenwoning en menselijke waardigheid.
Lees de samenvatting in een andere taal :