Dit arrest betreft de niet-nakoming door Fedasil (Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers) en de Belgische Staat van hun verplichting om een asielzoeker, T.Z., een waardige opvang te bieden. De Belgische Staat en Fedasil hebben T.Z. geen plaats in een opvangcentrum of een noodopvangcentrum gegeven. Anderzijds kreeg T.Z. van Fedasil een code 207 “no show”, waardoor T.Z. geen enkele materiële bijstand ontving. T.Z. leefde noodgedwongen op straat zonder enige vorm van steun.
Na een vergeefse aanmaning om Fedasil te dwingen een opvangcentrum voor T.Z. aan te wijzen of op zijn minst “code 207” te schrappen, heeft T.Z. de zaak aanhangig gemaakt bij de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Namen.
De rechtbank veroordeelt Fedasil om T.Z. een opvangplaats toe te wijzen en hem de bij wet voorziene opvang te bieden. Bovendien worden Fedasil en de Belgische Staat veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding die gelijk is aan het bedrag van het leefloon tegen het enkele tarief totdat T.Z. daadwerkelijk wordt opgevangen, en tot vergoeding van de geleden immateriële schade.
Het arrest is in verschillende opzichten interessant. Het omschrijft duidelijk de verplichtingen van Fedasil en de Belgische staat inzake opvang van asielzoekers. Na een zorgvuldige analyse stelt de rechtbank ook vast dat de Belgische Staat zich niet op overmacht kan beroepen wegens de vermeende verzadiging van het opvangnetwerk, waardoor de Belgische Staat de asielzoekers geen menswaardige opvang zou kunnen bieden.
Lees de samenvatting in een andere taal: