De zaak betreft de bezetting zonder recht of titel van twee sociale woningen in de Sint-Bernadettewijk te Gent door BD en SC. WoninGent vordert de ontruiming van de panden, terwijl de bezetters vragen om een tijdelijk contractueel gebruiksrecht, hetzij voor bewoning, hetzij als gemeenschapslokaal voor de buurt. De betrokken wijk vertoont tekortkomingen inzake woonkwaliteit en werd om die reden strafrechtelijk veroordeeld, waarna werd beslist tot sloop en heropbouw, waardoor meerdere woningen leegstaan.
De vrederechter wijst de vorderingen van WoninGent toe en verwerpt de tegenvorderingen. BD toont niet aan dat hij, ondanks zijn dakloosheid tijdens de covid-19-pandemie, pogingen heeft ondernomen om via het sociale huurstelsel of het leegstandsproject een menswaardige woning te verkrijgen. Het grondrecht op behoorlijke huisvesting verleent geen bevoegdheid om eenzijdig en ten koste van anderen een woning in gebruik te nemen.
De beleidskritiek van SC kan evenmin een tijdelijk gebruiksrecht rechtvaardigen. Ook een beroep op de grondrechten van de sociale huurders faalt, aangezien hun recht op menswaardig leven zonder de bezetting niet in gevaar komt. Het recht op rustig huurgenot en het recht van de buurt om zich te verenigen bieden evenmin een juridische grondslag, nu niet blijkt dat andere vormen van samenkomst onmogelijk zijn.
De vrederechter kent wel een wachttermijn van zes maanden voor de uitzetting toe. Het verzoek van tussenkomende buurtbewoners om de woningen als gemeenschapslokaal te gebruiken wordt afgewezen wegens het ontbreken van voorafgaand overleg met WoninGent en onzekerheid over de geschiktheid van de panden.
Lees de samenvatting in een andere taal :