Een vonnis van 6 juni 2025 uitgesproken door de vrederechter van Boussu-Colfontaine benadrukt opnieuw de strikte grenzen van het gebruik van het eenzijdig verzoek tot uitzetting wegens bezetting zonder titel of recht.
De zaak betrof een zwangere vrouw zonder enig inkomen, die samen met haar gezin – waaronder 7 kinderen – zonder toestemming een leegstaande woning bewoonde die eigendom was aan een sociale huisvestingsmaatschappij.
De eigenaar van het pand, de sociale huisvestingsmaatschappij L.L.Q., had bij de vrederechter een eenzijdig verzoek tot uitzetting ingediend, op grond van artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek. Bij vonnis van 15 april 2025 had de rechter vervolgens de uitzetting van de bewoners van het pand bevolen, en aldus het verzoek van de maatschappij L.L.Q. ingewilligd.
De echtgenoot van de vrouw die het pand bewoonde, tekende echter derdenverzet aan tegen deze beslissing, op grond van artikel 1122 van het Gerechtelijk Wetboek. De echtgenote is eveneens vrijwillig in de procedure tussenbeide gekomen. Beiden vroegen om hervorming van het vonnis, omdat zij van mening waren dat het gebruik van een eenzijdig verzoek door de maatschappij L.L.Q. kennelijk onontvankelijk of ongegrond was.
Bij vonnis van 6 juni 2025 verklaarde de vrederechter van Boussu-Colfontaine het eerdere vonnis van 15 april 2025 nietig. Hij stelde dat, volgens artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek, een verzoek tot uitzetting wegens een bezetting zonder titel of recht slechts bij eenzijdig verzoek kan worden ingediend wanneer het, ondanks pogingen daartoe, niet mogelijk is geweest de identiteit van een van de bewoners vast te stellen.
In dit geval had L.L.Q. echter via bepaalde gesprekspartners (OCMW, gemeentediensten, enz.) de identiteit van de bewoners kunnen achterhalen. Dit toont aan dat er geen sprake was van absolute noodzaak om een eenzijdig verzoek in te dienen . De vrederechter van Boussu-Colfontaine oordeelde dan ook dat de sociale huisvestingsmaatschappij in casu een contradictoire procedure had moeten inleiden, waarbij de rechten van verdediging van de bewoners en de fundamentele procedurele waarborgen inzake uitzetting werden geëerbiedigd.
Lees de samenvatting in een andere taal :