Deze tekst analyseert het onrechtmatige gebruik van eenzijdige verzoekschriften om zonder titel of recht bezette eigendommen te ontruimen. De aanleiding is een beslissing van de vrederechter van Bossu-Colfontaine van 6 juni 2025, waarin een vonnis tot uithuiszetting van een zwangere vrouw en haar gezin met 7 kinderen werd vernietigd.
Artikel 1344octies, ingevoegd in het Gerechtelijk Wetboek in 2017 met de goedkeuring van de zogenaamde “anti-kraak” wet, vormt de juridische kern van deze kwestie. Deze wet is ontstaan in een context van een tekort aan betaalbare huisvesting in België, en stelt elke vorm van ongeoorloofde bewoning van een eigendom strafbaar. De wet van 18 oktober 2017 maakt dit gedrag strafbaar, en maakt een onderscheid tussen kraken van bewoonde woningen en onbewoonde woningen.
De procedure voor de vrederechter waarin artikel 1344octies voorziet, moet in principe op tegenspraak worden ingesteld, in overeenstemming met het beginsel van hoor en wederhoor en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een eenzijdig verzoekschrift kan alleen op basis van volstrekte noodzakelijkheid, die voortvloeit uit het feit dat het ondanks de pogingen van de verzoeker niet mogelijk is geweest om de identiteit van een van de bewoners van het pand vast te stellen.
De gevestigde rechtsleer benadrukt dat de onmogelijkheid om de tegenpartij op te roepen omdat deze onbekend is, bijzonder strikt moet worden beoordeeld, en dat een eenzijdig verzoekschrift alleen mag worden toegestaan wanneer het volstrekt onmogelijk is om de precieze en zekere identiteit van de tegenpartijen vast te stellen. De rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant bevestigde in november 2024 dat volstrekte noodzakelijkheid een ontvankelijkheidsvoorwaarde is die restrictief moet worden geïnterpreteerd.
Zo’n uithuiszettingsprocedure kan bijzonder nadelig zijn voor mensen in precaire situaties. Wanneer de rechtbank het verzoek tot uithuiszetting toewijst, stelt zij de datum van uithuiszetting vast vanaf de achtste dag na de betekening van het vonnis. Deze termijn kan extreem kort zijn, waardoor er weinig tijd overblijft om een oplossing met een waardige woon te vinden. Artikel 1344decies van het Gerechtelijk Wetboek laat de rechter echter toe om in uitzonderlijke en ernstige omstandigheden een langere termijn voor uithuiszetting te bevelen.
Kortom, voor sommige mensen is het kraken of bezetten van leegstaande gebouwen de enige manier om een dak boven hun hoofd te hebben. Het is vaak moeilijk voor de meest kwetsbare mensen om hun recht op huisvesting te realiseren, omdat hun overlevingsstrategieën vaak verhinderd worden door rechterlijke uitspraken die er eerst en vooral op gericht zijn om de eigenaars het bezit van hun leegstaande eigendom terug te geven.
Lees het commentaar in de oorspronkelijke taal: