De Raad van State heeft zich in zijn arrest van 24 oktober 2025 (nr. 264.641) uitgesproken over het beroep dat door de vzw Vlaams Huurdersplatform en anderen was ingesteld tegen de nieuwe regels voor de toewijzing van sociale woningen in Vlaanderen, in het bijzonder met betrekking tot de voorwaarde van de “lokale band”.

Op 12 december 2021 nam de Vlaamse regering nieuwe toewijzingsregels voor sociale woningen aan. Daarin is bepaald dat een contingent van 20 % versneld kan worden toegewezen zonder dat een lokale band vereist is, en waarbij de precaire woonsituatie doorslaggevend is (artikel 6.24 van het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Huisvestingswet van 2021). In alle andere gevallen wordt voorrang verleend aan kandidaat-huurders die aan de voorwaarde van lokale band voldoen, terwijl andere kandidaten alleen een sociale woning toegewezen krijgen wanneer er geen kandidaten zijn die aan deze voorwaarde voldoen (artikel 6.23).

De afdeling Wetgeving van de Raad van State had zich afgevraagd of deze voorwaarden relevant en redelijk waren, en of ze niet strenger waren dan nodig om mensen met een laag inkomen in hun regio te laten blijven. In de regeringsnota wordt een drievoudig doel uiteengezet: sociale ontwrichting voorkomen en het sociale weefsel en de sociale cohesie behouden, de lokale steun voor het sociale huisvestingssysteem versterken, en bijdragen tot een eerlijke verdeling van het aanbod aan toegankelijke sociale woningen.

De verzoekende partijen waren van mening dat deze nieuwe regels ertoe leiden dat voorrang wordt gegeven aan kandidaat-huurders met een langdurige lokale band, waardoor de bestaande bescherming van het recht op huisvesting zonder bewijs van doeltreffendheid wordt verzwakt. Volgens hen wordt hierdoor de vrije keuze van woonplaats en het vrije verkeer van personen beperkt en ontstaat een ongerechtvaardigd verschil in behandeling.

De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde deze argumentatie niet en oordeelde dat de motivering van de Vlaamse regering niet onredelijk was. De Raad van State erkent dat het om een bewuste politieke keuze gaat, die gunstig is voor inwoners met een lokale band en ongunstig voor kandidaten die een dergelijke band niet kunnen aantonen, ook al hebben zij een grotere woonbehoefte, maar wijst erop dat het betwistbare of ongewenste karakter van een keuze niet betekent dat deze onwettig is.

De vermindering van de bescherming voor kandidaat-huurders die geen lokale band met een bepaalde plaats kunnen aantonen, kan worden gerechtvaardigd om redenen van algemeen belang, en er bestaat een redelijke rechtvaardiging om kandidaat-huurders verschillend te behandelen op basis van hun lokale band. De Raad van State heeft daarom besloten om deze nieuwe toewijzingsregels van de Vlaamse regering niet nietig te verklaren.

Lees de samenvatting in een andere taal :