Twee beklaagden werden vervolgd wegens het onrechtmatig verkrijgen van sociale uitkeringen van het OCMW Gent op basis van bewijsmateriaal afkomstig uit een sociaal onderzoek dat bestond uit observaties, een huisbezoek en een confrontatiegesprek  .

De rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat deze onderzoeksdaden ernstige schendingen inhielden van fundamentele rechten. De systematische observaties werden onverenigbaar geacht met het recht op eerbiediging van het privéleven, aangezien een duidelijke wettelijke basis ontbrak. Bij gebrek aan specifieke regelgeving werden de observaties getoetst aan de voorwaarden die gelden voor politieoptreden, voorwaarden die niet werden nageleefd.

Ook het huisbezoek werd als onwettig beschouwd. Buiten een omzendbrief bestond geen rechtsgrond die dergelijke inmenging in de bescherming van de woning kon rechtvaardigen. De verleende toestemming werd irrelevant geacht omdat de betrokkene niet was geïnformeerd over het doel van het bezoek. Daarnaast werd het optreden van het OCMW als deloyaal beoordeeld.

Tijdens het confrontatiegesprek werd bovendien druk uitgeoefend op één van de beklaagden, wat eveneens strijdig werd geacht met het loyaliteitsbeginsel. Alle uit het sociaal onderzoek voortvloeiende bewijzen werden uitgesloten wegens schending van het recht op een eerlijk proces, waarna de beklaagden werden vrijgesproken.

In hoger beroep nam het hof van beroep een andere benadering aan. Het sociaal onderzoek werd geacht te steunen op artikel 19, §1 van de wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie en op het koninklijk besluit van 1 december 2012. Deze regelgeving bood volgens het hof een toereikend wettelijk kader, aangevuld door de beginselen van behoorlijk bestuur en grondrechten.

Het hof aanvaardde de wettigheid van huisbezoeken, observaties en confrontatiegesprekken. De maatregelen dienden een legitiem doel, waren noodzakelijk voor de bestrijding van fraude en proportioneel uitgevoerd. Er werd geen schending vastgesteld van het privéleven, de woning of het recht op een eerlijk proces.

Het hof van beroep vernietigde bijgevolg het vonnis in eerste aanleg en veroordeelde beide beklaagden.

Lees de samenvatting in een andere taal: