Het Grondwettelijk Hof oordeelt over de niet-ontvankelijkheid van beroepen voor vorderingen onder 2.000 EUR bij de vrederechter. Een advocatenkantoor vorderde 808,04 EUR honoraria, waarbij de cliënt beroep aantekende tegen het vonnis van de vrederechter. De rechtbank van eerste aanleg vraagt zich af of artikel 617 van het Gerechtelijk Wetboek verenigbaar is met artikel 13 van de Grondwet en artikel 6 van het EVRM. Het Hof herinnert eraan dat er geen recht op dubbel rechtsmiddel bestaat, behalve in strafzaken. Beperkingen op toegang tot rechtsmiddelen moeten echter een legitiem doel nastreven en evenredig zijn. De uitsluiting van beroepen onder 2.000 EUR beoogt de opstopping van rechtbanken te voorkomen en zaken van gering belang uit te sluiten, wat legitieme doelstellingen zijn. De drempel van 2.000 EUR wordt als relatief laag beoordeeld, maar cassatieberoep blijft mogelijk om de wettigheid en motivering te controleren. Het Hof concludeert dat deze bepaling noch artikel 13 van de Grondwet noch artikel 6 van het EVRM schendt.
Lees de samenvatting in een andere taal :