Het cursiefje vertelt het verhaal van Tonio en Christiaan, twee daklozen in Brussel die overleven dankzij bedelarij. Hun moeilijke verleden en administratieve obstakels verhinderen hen om voldoende sociale hulp te krijgen. Voor sommigen is bedelen simpelweg een manier om te overleven of de eenzaamheid te doorbreken, ondanks de vernedering die dit met zich meebrengt. De tekst toont de diversiteit aan profielen: verslaafde jongeren, gezinnen, gepensioneerden, elk met hun eigen overlevingsstrategie. Keymeulen benadrukt de rol van de vereniging Diogenes, sinds 1995 actief, die deze mensen met respect en menselijkheid begeleidt. Hij hekelt de groeiende tendens om armoede te criminaliseren, onder meer via anti-bedelregels. Een schokkend voorbeeld is het verbod om met kinderen te bedelen, dat onterecht gericht is op Roma-gezinnen. De auteur herinnert eraan dat mensen op straat net als anderen burgers zijn, met fundamentele rechten. Hij wijst op het belang van een waardig inkomen en onderdak voor iedereen. Ten slotte roept hij op om het recht op bestaan, solidariteit en publieke ruimte te verdedigen.
Lees het cursiefje in een andere taal: