Het artikel situeert zich in een context van een diepe crisis van het asielrecht in België, gekenmerkt door de hardnekkige weigering van de autoriteiten om gerechtelijke beslissingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming uit te voeren. Het herhaaldelijk negeren van rechterlijke uitspraken vormt een rechtstreekse aantasting van de rechtsstaat en brengt het overheidsoptreden gevaarlijk dicht bij een politiestaat, waarin de overheid regels oplegt zonder zich er zelf aan te houden.
De beslissing van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie om alleenstaande mannen uit te sluiten van de opvang schendt op flagrante wijze de wet. Ondanks de schorsing door de Raad van State werd deze beslissing gehandhaafd, wat wijst op een ernstige overtreding van de ministeriële eed van trouw aan de Grondwet en de wetten. Deze bewuste schending van het recht kan worden beschouwd als meineed, die de legitimiteit van het ambt zelf ondermijnt en de democratische fundamenten aantast.
Een dergelijk gedrag had tot een duidelijke politieke sanctie moeten leiden, aangezien een democratie niet kan blijven bestaan wanneer de wet optioneel wordt voor degenen die haar moeten toepassen. Het institutionele stilzwijgen tegenover deze overtreding draagt bij tot een verontrustende normalisering van wetteloosheid aan de top van de staat.
Het argument dat dit beleid zou voortkomen uit elementair humanitair gezond verstand — vrouwen en kinderen eerst helpen — berust op een misleidende symboliek. Het asielrecht laat geen onderscheid toe op basis van geslacht of gezinssituatie. Het geldt voor elk individu dat wordt geconfronteerd met een noodsituatie waarover hij of zij geen keuze had. De gemaakte selectie vormt een discriminatie die onverenigbaar is met de fundamentele rechtsbeginselen.
Dit restrictieve beleid legt het falen bloot van een nationale benadering tegenover een wereldwijde crisis met geopolitieke, economische en klimatologische dimensies. Het weigeren van opvang biedt geen oplossing en stelt slechts de onvermijdelijke Europese en collectieve respons uit. Afsluiting voedt toekomstige geweldpleging en versterkt haatdragende ideologieën.
De reflectie verruimt zich naar de vraag van waarheid binnen asielprocedures. Onvolledige of tegenstrijdige verklaringen zijn niet noodzakelijk leugens. Ernstige trauma’s verstoren het geheugen en dwingen mensen hun levensverhaal te reconstrueren op basis van waarschijnlijkheid in plaats van herinnering. Extreme armoede maakt evenzeer dat nood moeilijk geloofwaardig overkomt bij instellingen.
Onderzoek en klinische praktijk tonen aan dat de administratieve zoektocht naar feitelijke juistheid kan ontaarden in een vernietigende valstrik, waarbij de procedure zelf een tweede trauma wordt. Exilanten van leugen beschuldigen betekent hun lijden ontkennen en de verantwoordelijkheid voor het trauma volledig bij hen leggen.
Door voortaan ook alleenstaande mannen de toegang tot opvang te weigeren, vermindert België noch de migratiestromen, noch het aantal doden in de Middellandse Zee. Het vergroot daarentegen de willekeur tussen machtigen en kwetsbaren en normaliseert mensonwaardige leefomstandigheden voor wie op straat wordt achtergelaten. De confrontatie tussen administratieve realiteit en menselijke pijn toont de morele en politieke ernst van deze keuzes. Het schipbreuk lijden van het asielrecht weerspiegelt uiteindelijk het schipbreuk lijden van de rechtsstaat zelf.
Lees het volledige cursiefje in de oorspronkelijke taal: