Armoede vormt geen louter economisch probleem, maar raakt aan de kern van de mensenrechten omdat zij verhindert dat personen daadwerkelijk een leven kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Die waardigheid staat centraal in artikel 23 van de Grondwet, dat zowel burgerlijke en politieke rechten als economische, sociale en culturele rechten samenbrengt in één grondwettelijk kader. De strijd tegen armoede vereist dan ook een volwaardige mensenrechtelijke benadering waarin deze rechten niet als louter beleidsdoelstellingen worden beschouwd, maar als juridisch afdwingbare normen.
Artikel 23 erkent het recht van ieder op een menswaardig leven en verplicht de wetgever om de voorwaarden vast te stellen waaronder de opgesomde sociale grondrechten worden uitgeoefend. Deze grondwetswijziging uit 1994 betekende een belangrijke stap vooruit, maar de praktische toepassing ervan blijft beperkt. In de adviespraktijk van de Raad van State en in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof wordt menselijke waardigheid zelden als rechtstreeks toetsingscriterium gehanteerd. De juridische controle blijft doorgaans beperkt tot het legaliteitsbeginsel en het standstillbeginsel.
Het legaliteitsbeginsel waarborgt dat essentiële maatschappelijke keuzes door de democratische wetgever worden gemaakt. In de context van artikel 23 wordt dit beginsel echter minder streng toegepast dan in andere grondwettelijk voorbehouden materies. Hierdoor worden belangrijke elementen van sociale rechten vaak overgelaten aan de uitvoerende macht, wat de democratische legitimiteit en rechtszekerheid verzwakt.
Daarnaast speelt het standstillbeginsel een belangrijke rol. Dit beginsel verhindert dat het bestaande beschermingsniveau van sociale rechten aanzienlijk wordt verlaagd zonder redenen van algemeen belang. Hoewel deze toets intussen stevig verankerd is in de rechtspraak, volstaat zij niet om een volwaardige bescherming van sociale grondrechten te garanderen. De focus ligt immers op achteruitgang, niet op de vraag of het bestaande niveau daadwerkelijk volstaat om menselijke waardigheid te waarborgen.
Een exclusieve toepassing van legaliteit en standstill leidt ertoe dat fundamentele vragen onbeantwoord blijven. Zo wordt zelden onderzocht of een maatregel de kern van het recht aantast of of kwetsbare groepen nog effectief in staat zijn hun rechten te realiseren. Nochtans vereist menselijke waardigheid een inhoudelijke beoordeling van de concrete levensomstandigheden van betrokken personen.
Internationaal mensenrechtenrecht biedt hiervoor nuttige handvatten. Het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten vertrekken van het bestaan van kernverplichtingen van de overheid. Deze verplichtingen vereisen dat staten minimaal waarborgen dat niemand onder een mensonwaardige bestaansdrempel zakt, ongeacht budgettaire of beleidsmatige overwegingen.
Een volwaardige toetsing aan artikel 23 veronderstelt daarom dat rechters niet enkel nagaan of de wetgever formeel bevoegd handelde of geen aanzienlijke achteruitgang veroorzaakte, maar ook of de menselijke waardigheid daadwerkelijk wordt gerespecteerd. Dit kan gebeuren via een klassieke proportionaliteitstoets, aangevuld met de identificatie van minimale kernverplichtingen.
Vooral voor mensen in armoede is deze benadering cruciaal. Wanneer zij hun rechten niet kunnen realiseren om redenen buiten hun wil, moet artikel 23 functioneren als een reëel vangnet. De gewone hoven en rechtbanken kunnen hierin een belangrijke rol spelen door sociale grondrechten niet langer als programmaties te beschouwen, maar als juridische normen met concrete gevolgen.
Een dergelijke evolutie betekent geen inmenging in het beleidsdomein van de wetgever, maar vormt integendeel een noodzakelijke garantie om te verzekeren dat het recht op menselijke waardigheid geen abstract beginsel blijft. Door artikel 23 volwaardig te toetsen aan economische, sociale en culturele mensenrechten kan het constitutionele kader uitgroeien tot een krachtig instrument in de juridische strijd tegen armoede.
Lees het artikel in een andere taal: