Ik kwam op tienjarige leeftijd in België aan nadat mijn vader uit het Spanje van Franco was gevlucht. Ik bouwde hier mijn hele leven op, met een officiële job en een woning die ik deelde met mijn partner. In 2017 bracht haar ernstige ziekte alles uit evenwicht en verloor ik mijn woning. Ik belandde in de dakloosheid en verbleef van het ene tijdelijke onderkomen naar het andere, zonder ooit echt thuis te zijn en terwijl de mensen die mij hielpen financiële risico’s liepen.

Zonder rechten en zonder documenten moest ik overleven dankzij bedelarij en enkele kleine zwartwerkjobs. Toen ik mijn situatie opnieuw wilde rechtzetten, zorgde het ontbreken van identiteitsdocumenten voor jarenlange moeilijkheden, met de hernieuwing van een paspoort en juridische procedures om opnieuw wettig in België te mogen verblijven. Ook vandaag blijft mijn situatie kwetsbaar, ondanks het feit dat ik over een referentieadres beschik.

Het leven op straat vraagt een voortdurende fysieke en mentale inspanning. Men wordt er geconfronteerd met geweld, verslavingen en uitputting, en loopt het risico opgeslorpt te worden door dat straatleven. Toch is niet iedereen die er leeft dezelfde.

Bedelen is nooit een keuze, maar een noodzaak. Velen doen het omdat zij geen toegang krijgen tot hun rechten of om niet in de illegaliteit te belanden. Het echte schandaal ligt in de algemene verspilling, van leegstaande woningen tot weggegooid voedsel. Een samenleving die de zwaksten onzichtbaar maakt en weigert zich door hen te laten bevragen, gaat recht op haar eigen ondergang af.

Lees het cursiefje in de oorspronkelijke taal: