Dit arrest van het Grondwettelijk Hof betreft de controle door de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV) (in het Frans: Caisse auxiliaire d’assurance maladie-invalidité (CAAMI)) op de naleving van de regelgeving inzake dringende medische hulp door de arts die deze hulp verleent. De voor het Grondwettelijk Hof bestreden bepaling versterkt deze controle, met name door het creëren van de functie van “controlearts” bij de HZIV. De voorwaarden voor toegang tot dringende medische hulp worden door de bestreden bepaling echter niet gewijzigd.

Het arrest is opmerkelijk omdat het de grenzen aangeeft van de controle die door de controlearts van de HZIV wordt uitgeoefend. In de eerste plaats kan deze controle geen betrekking hebben op de geschiktheid van de door de behandelende arts verleende zorg. De controlearts van de HZIV kan immers enkel nagaan of de verstrekte hulp van uitsluitend medische aard is, of er een medisch attest bestaat waaruit het dringende karakter van de hulp blijkt, en of er vooraf een sociaal onderzoek door het OCMW heeft plaatsgevonden. Anderzijds kan de controlearts van de HZIV niet oordelen over de gegrondheid van de zorg die is verleend door de arts die de dringende medische hulp heeft verstrekt.

Ten tweede mag deze verscherping van de controle geen complicatie van het begrip “dringende medische hulp” inhouden. De controlearts mag dus geen restrictievere opvatting van dringende medische hulp hanteren, zoals die voorkomt in de wet van 8 juli 1976 betreffende de “organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn” en in het uitvoeringsdecreet daarvan. Met andere woorden, de controlearts kan de draagwijdte van het recht op dringende medische hulp niet beperken. Hij kan evenmin concluderen dat niet is voldaan aan de in de wet- en regelgeving gestelde voorwaarden, tenzij uit de verklaring van de behandelende arts blijkt dat de verleende zorg onder de wettelijke definitie van dringende medische hulp valt.

Ten slotte zal de bevoegde rechter kunnen nagaan of de praktijk van de toezichthoudende arts van de HZIV al dan niet in overeenstemming is met de toepasselijke regelgeving.

Lees de samenvatting in een andere taal :