Het Europees Comité voor Sociale Rechten heeft de collectieve klacht van Woonzaak gegrond verklaard en velt daarmee een bijzonder scherp oordeel over het Vlaamse woonbeleid. Volgens het Comité schiet Vlaanderen tekort in zijn verplichtingen om het recht op wonen daadwerkelijk te waarborgen. Zowel het gebrek aan sociale woningen als de onvoldoende ondersteuning op de private huurmarkt worden expliciet aangeklaagd, net als het uitblijven van doeltreffende maatregelen tegen dak- en thuisloosheid.
De klacht werd ingediend door FEANTSA namens Woonzaak, een brede coalitie van meer dan zeventig middenveldorganisaties en lokale overheden. Zij stelde dat het Vlaamse woonbeleid niet verenigbaar is met meerdere bepalingen van het herziene Europees Sociaal Handvest, waaronder het recht op bescherming van het gezin, het recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting en het beginsel van non-discriminatie.
Volgens Woonzaak voert Vlaanderen al jaren een onevenwichtig woonbeleid dat vooral inzet op het stimuleren van eigendomsverwerving. Daardoor blijft een structurele aanpak van woonnood uit, terwijl kwetsbare gezinnen onvoldoende toegang krijgen tot betaalbare en kwalitatieve huisvesting. Het tekort aan sociale woningen is daarbij bijzonder schrijnend: het aandeel blijft steken rond zes procent van de totale woningvoorraad, terwijl de wachtlijsten blijven groeien.
Ook de private huurmarkt verkeert in crisis. Honderdduizenden huishoudens die recht hebben op een sociale woning vinden er geen en zijn aangewezen op een dure, onzekere en vaak kwalitatief ondermaatse private huurmarkt. Discriminatie, woononzekerheid en dakloosheid nemen daardoor toe. De markt blijkt niet in staat om uit zichzelf betaalbare en degelijke woningen te garanderen.
Het Comité stelt vast dat het jarenlang bevoordelen van eigendomsverwerving perverse effecten heeft gehad. Deze beleidskeuze dreef de woningprijzen op, verhoogde de huurprijzen en kwam hoofdzakelijk hogere inkomens ten goede. Gezinnen met beperkte middelen die toch eigenaar werden, beschikken vaak niet over voldoende middelen om noodzakelijke renovaties uit te voeren, wat leidt tot ondermaatse woonkwaliteit.
Daarnaast wijst het Comité op het ontbreken van cruciale beleidsdata. Er bestaat geen systematische monitoring van uithuiszettingen en dak- of thuisloosheid, wat een samenhangend en toekomstgericht woonbeleid onmogelijk maakt. Ook de toename van kortlopende huurcontracten ondermijnt de woonzekerheid.
Het Europees Comité besluit unaniem dat Vlaanderen artikel 16 van het Handvest schendt wegens onvoldoende maatregelen om betaalbare huisvesting te waarborgen, de slechte woonkwaliteit aan de onderkant van de huurmarkt en het gebrek aan preventie van uithuiszettingen. Met een nipte meerderheid wordt ook discriminatie vastgesteld bij de toegang tot sociale huisvesting door lokale bindingseisen.
Daarnaast oordeelt het Comité unaniem dat discriminatie op de private huurmarkt onvoldoende wordt bestreden. Enkel voor de inkomens- en vermogensvoorwaarden in het sociale huurstelsel wordt geen schending vastgesteld.
Hoewel de beslissing geen rechtstreekse sancties bevat, heeft zij een duidelijke juridische en morele draagwijdte. Woonzaak roept de Vlaamse regering op om het beleid grondig te heroriënteren en samen met het middenveld een ambitieus woonpact te sluiten dat het recht op wonen opnieuw centraal stelt en structurele oplossingen biedt voor de wooncrisis in Vlaanderen.
Het commentaar is alleen beschikbaar in het Nederlands.