Sinds 1993 is Unia, het Interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme, actief in verschillende domeinen. Maar het heeft altijd gestreden tegen discriminatie en voor gelijkheid, zowel in de Belgische samenleving als op Europees en internationaal niveau.

—–

Sinds 1993 zet Unia zich als interfederale en onafhankelijke openbare instelling in voor de strijd tegen discriminatie en voor gelijke kansen, zowel in België als op Europees en internationaal niveau. Als geëngageerd expert waakt Unia over de naleving van een van de meest uitgebreide antidiscriminatiewetgevingen ter wereld en over de internationale mensenrechtenverplichtingen die België is aangegaan.

Het strategisch plan 2023-2027 plaatst de participatie van de meest kwetsbare groepen centraal. Kwetsbaarheid wordt daarbij begrepen als een ervaring die het vermogen van individuen aantast om volwaardig aan de samenleving deel te nemen. De uitbreiding van het beschermde criterium sociale afkomst en sociale toestand maakt het mogelijk om personen te beschermen die voorheen onvoldoende door het recht werden bereikt.

Kwetsbaarheid is geen louter individueel gegeven, maar het gevolg van structurele omstandigheden. Zij veronderstelt een actieve rol van de overheid, die de plicht heeft voorwaarden te scheppen voor emancipatie, integratie en gelijke toegang tot rechten. Overheidsdiensten en rechtbanken dienen bijzondere aandacht te besteden aan situaties waarin kwetsbaarheid een doorslaggevende rol speelt.

Unia werkt zowel individueel als structureel. Meldingen van burgers worden juridisch onderzocht, gevolgd door advies, bemiddeling en in uitzonderlijke gevallen gerechtelijke procedures. Tegelijk analyseert Unia structurele ongelijkheden en formuleert zij aanbevelingen aan overheden en rechtbanken, in nauwe samenwerking met het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

Huisvesting vormt een cruciaal werkterrein. Uithuiszettingen komen in België bijzonder vaak voor en zijn doorgaans het gevolg van huurachterstal. In een context van sterk stijgende huurprijzen leiden zij tot ernstige sociale schade en versterken zij armoede en dakloosheid. Het niet erkennen van de kwetsbaarheid van huurders kan hierbij leiden tot discriminatie.

Unia heeft zich uitgesproken voor het wintermoratorium op uithuiszettingen en benadrukt de verantwoordelijkheid van de staat bij het tekort aan opvangplaatsen. Dakloosheid vormt op zich een discriminerende situatie wanneer overheden tekortschieten in hun verplichting om het recht op behoorlijke huisvesting te waarborgen.

Ook de situatie van woonwagenbewoners vraagt bijzondere aandacht. Het structurele tekort aan aangepaste standplaatsen dwingt deze gezinnen tot onzekere bezettingen en leidt tot herhaalde uitzettingen, ondanks duidelijke internationale veroordelingen van België wegens schending van het recht op huisvesting en non-discriminatie.

Daarnaast worden personen in armoede geconfronteerd met ongelijkheden inzake energieprijzen, sociale uitkeringen en detentie. Het onderscheid op basis van de aard van inkomsten in plaats van hun werkelijke omvang leidt tot ongerechtvaardigde uitsluiting. De opschorting van uitkeringen tijdens internering treft vooral personen met een handicap en vergroot hun bestaansonzekerheid.

Digitale ongelijkheid vormt een bijkomende drempel voor de toegang tot rechten. De toenemende digitalisering van essentiële diensten sluit burgers zonder digitale middelen uit en verschuift verantwoordelijkheden naar het middenveld, wat het non-take-up van rechten verder versterkt.

Ook de afschaffing van persoonlijke assistentiebudgetten zonder volwaardig alternatief ondermijnt het recht op autonomie van personen met een handicap en druist in tegen de Belgische verplichtingen onder het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Deze niet-uitputtende voorbeelden tonen aan dat de strijd tegen discriminatie op grond van sociale afkomst en sociale toestand meer dan ooit noodzakelijk is. De beslissing om de middelen van Unia met 25% te verminderen bedreigt echter haar werking en haar vermogen om burgers bij te staan.

In een steeds meer gepolariseerde en ongelijke samenleving blijft een sterke, onafhankelijke instelling onmisbaar. De kwaliteit van een democratie blijkt uit de bescherming van haar meest kwetsbaren, de ruimte voor tegenmacht en de effectieve waarborging van fundamentele rechten.

Lees het commentaar in een andere taal: