Een vzw die tot doel heeft de armoedeproblematiek te bestrijden en mensen in armoede te ondersteunen, wilde in de gemeente Evere een vondelingenschuif openen om radeloze moeders de mogelijkheid te bieden hun pasgeboren kind anoniem en veilig onder te brengen. De burgemeester maakte echter gebruik van zijn bevoegdheden inzake bestuurlijke politie om de opening van de vondelingenschuif te verbieden, onder verwijzing naar vermeende risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de baby’s en naar het strafbaar karakter van kindverlating.
Tegen deze beslissing stelde de vzw een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State, die het verbod vernietigde. De Raad van State verwierp eerst het ontvankelijkheidsverweer van de gemeente en erkende het collectief belang van de vereniging, aangezien het verband tussen armoedebestrijding en vondelingenzorg niet ernstig kan worden betwist en het bestreden besluit het statutair doel van de vzw kon raken.
De vernietiging steunde op de schending van de hoorplicht, een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Ook al voorzien de bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet niet uitdrukkelijk in een voorafgaand gehoor, toch is de burgemeester verplicht de betrokken partij de kans te geven haar standpunt kenbaar te maken wanneer een ingrijpende maatregel wordt overwogen. De vzw had geen enkele gelegenheid gekregen om zich uit te spreken over de essentiële elementen waarop de beslissing was gebaseerd, terwijl deze niet eenvoudig of onmiddellijk vaststelbaar waren. Het horen van de vzw was noodzakelijk om met kennis van zaken te beslissen, wat de nietigverklaring van het verbod verantwoordde.
Lees de samenvatting in een andere taal :