In haar vonnis van 18 juni 2024 heeft de correctionele rechtbank van Leuven zware straffen uitgesproken tegen het echtpaar Appeltans en hun zoon, die al lang bekend waren bij de inwoners van Leuven, vooral bij studenten op zoek naar woonruimte.

—–

Tussen 2013 en 2021 werden in Leuven zes gebouwen verhuurd door de familie Appeltans in bijzonder verwaarloosde omstandigheden. Deze panden, die op de lokale huurmarkt ruime bekendheid genoten, werden verhuurd ondanks hun verregaande ongeschiktheid voor bewoning. Naar aanleiding van talrijke klachten van huurders werd in 2018 een strafonderzoek geopend, waaruit een structureel systeem van het ter beschikking stellen van mensonwaardige woningen aan het licht kwam. In maart 2024 stelden zesennegentig slachtoffers zich burgerlijke partij.

De beklaagden werden vervolgd voor drie misdrijven: het misbruik maken van de kwetsbaarheid van anderen met winstoogmerk, het op gewoonlijke wijze ter beschikking stellen van woningen die niet voldeden aan de wettelijke normen, en deelname aan een vereniging van misdadigers. De eerste twee inbreuken werden bewezen verklaard; voor de derde volgde vrijspraak wegens het ontbreken van een intentionele en gestructureerde criminele organisatie.

De betrokken woningen werden vrijwel uitsluitend bewoond door personen in een administratief en sociaal uiterst precaire situatie. Het betrof hoofdzakelijk erkende vluchtelingen, verzoekers om internationale bescherming en personen zonder wettig verblijf, met zeer beperkte inkomsten. Velen leefden geïsoleerd, zonder familiaal netwerk of sociale ondersteuning, en beschikten slechts over een beperkte kennis van het Nederlands. Deze extreme kwetsbaarheid verhinderde hun toegang tot de reguliere huurmarkt.

Het onderzoek toonde aan dat de woningen uitsluitend verhuurd bleven omdat de bewoners geen enkel realistisch en betaalbaar alternatief hadden. De huurders aanvaardden mensonwaardige leefomstandigheden bij gebrek aan andere onmiddellijke mogelijkheden. Deze situatie maakte een duidelijke uitbuiting van hun kwetsbaarheid mogelijk.

De gebouwen vertoonden ernstige structurele gebreken: gebrek aan verwarming en warm water, gevaarlijke elektrische installaties, risico op brand en koolmonoxidevergiftiging, algemene vochtproblemen, schimmelvorming, chronische onhygiëne, ongedierte en zware sanitaire tekortkomingen. Verscheidene panden waren officieel onbewoonbaar verklaard door de bevoegde overheden.

Het begrip aantasting van de menselijke waardigheid moet ruim worden opgevat in het licht van het grondwettelijk recht op een behoorlijke huisvesting. Het overstijgt louter technische non-conformiteit en omvat de concrete levensomstandigheden die aan de bewoners worden opgelegd. In dit dossier brachten de woningen de gezondheid en veiligheid van de bewoners ernstig in gevaar, soms zelfs met levensbedreigende gevolgen.

De beweringen van de beklaagden dat zij geen kennis zouden hebben gehad van de staat van de gebouwen werden verworpen. Zij bezochten de panden regelmatig, ontvingen huur ter plaatse en kregen herhaaldelijk klachten van huurders. De vastgestelde gebreken waren zodanig zichtbaar dat zij onmogelijk konden worden genegeerd. Ook de poging om de verantwoordelijkheid bij de huurders te leggen werd afgewezen, aangezien de meeste problemen structureel van aard waren.

Voor het bestaan van het misdrijf van huisjesmelkerij is niet vereist dat de mensonwaardige omstandigheden reeds bij het sluiten van de huurovereenkomst aanwezig waren. De verhuurder is verplicht om gedurende de volledige huurperiode de conformiteit en veiligheid van het goed te waarborgen, wat een regelmatige controle van de algemene staat van het pand inhoudt.

Het abnormale karakter van het nagestreefde voordeel blijkt uit het feit dat de ontvangen huren betrekking hadden op woningen die niet verhuurbaar waren en geen enkele reële huurdergenot boden. In dergelijke omstandigheden vormt elke ontvangen huur een onrechtmatig voordeel, ongeacht of deze effectief werd betaald.

Het argument dat sprake zou zijn geweest van stilzwijgende tolerantie door de overheid werd verworpen. Geen enkele overheid heeft ooit de verhuur van onbewoonbare woningen bevolen of toegestaan. De feiten werden uitsluitend gepleegd met het oog op persoonlijke verrijking.

Gelet op de ernst van de feiten, hun gewoonlijk karakter, het hoge aantal slachtoffers en het herhaaldelijk negeren van officiële waarschuwingen, werden bijzonder zware straffen opgelegd. De hoofdverdachten werden veroordeeld tot effectieve gevangenisstraffen, geldboetes van meerdere miljoenen euro’s en tijdelijke ontzetting uit burgerrechten. Ook de patrimoniumvennootschap werd zwaar bestraft.

De opbrengsten van de misdrijven werden verbeurdverklaard, evenals de betrokken onroerende goederen, teneinde hergebruik voor gelijkaardige praktijken te voorkomen. De verbeurde bedragen zullen prioritair worden aangewend voor de vergoeding van de slachtoffers.

Deze ontvangen een volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de betaalde huren naargelang de aard van de vastgestelde inbreuken, evenals een vergoeding voor morele schade en administratieve kosten. Daarnaast worden de stad Leuven en het OCMW vergoed voor de kosten die zij hebben gedragen voor de herhuisvesting van de slachtoffers.

De beslissing benadrukt nadrukkelijk dat het recht op een behoorlijke woning een fundamenteel recht is en dat de uitbuiting ervan met winstbejag een strenge, afschrikkende en voorbeeldige strafrechtelijke reactie vereist.

De samenvatting is slechts beschikbaar in het Frans.