Deze bijdrage onderzoekt de juridische grondslagen van de verplichting van de Belgische staat om armoede te bestrijden. Armoede, menselijke waardigheid en fundamentele rechten zijn met elkaar verbonden. Omdat armoede de menselijke waardigheid aantast leidt ze ook tot een aantasting van een aantal fundamentele rechten. Het gaat dan in het bijzonder over het recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven, het verbod op onmenselijke of vernederende behandeling, en non-discriminatie.
Door haar toetreding tot verschillende internationale instellingen heeft België zich ertoe verbonden om diverse beschermende bepalingen op het gebied van waardigheid en armoede na te leven en uit te voeren. Bovendien bevestigt artikel 23 van de Belgische Grondwet uitdrukkelijk het recht om een waardig leven te leiden. Deze laatste houdt een maatstaf en een toetssteen in voor alle wetgevende werk van de overheid.
Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft erkend dat levensomstandigheden die schadelijk zijn voor de menselijke waardigheid en het welzijn een schending van artikel 8 van het Verdrag kunnen vormen. Een situatie van gebrek en ontbering die strijdig is met de menselijke waardigheid kan worden gekwalificeerd als een onmenselijke behandeling. Wanneer een individu met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd en geen andere middelen heeft dan staatssteun, heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dan ook geoordeeld dat de staat niet passief kan blijven. Ten slotte kunnen de verplichtingen van de staat op het gebied van non-discriminatie ook met zich meebrengen dat rekening moet worden gehouden met de situatie van mensen in armoede bij het opstellen van wetgeving.
België als staat en overheid is dus vanwege juridische grondslagen verplicht om de eerbiediging, bescherming en realisatie van menselijke waardigheid en mensenrechten te waarborgen. De juridische grondslagen hiervan situeren zich op internationaal en nationaal vlak en blijken ook uit rechtspraak. Met deze juridische verankering van de strijd tegen armoede wordt bevestigd wat Nelson Mandela zo krachtig verwoordde: “Armoede geen ongeluk is. Net als slavernij en apartheid wordt het door de mens geproduceerd en kan het worden overwonnen door gezamenlijke acties van de mensheid. En armoede overwinnen is geen daad van liefdadigheid; het is een daad van rechtvaardigheid, een daad van bescherming van een fundamenteel mensenrecht, het recht op waardigheid en een fatsoenlijk leven. Zolang armoede bestaat, is er geen vrijheid.”
Lees het commentaar in de oorspronkelijke taal: