Verschillende verenigingen hebben bij het Grondwettelijk Hof beroep ingesteld tegen bepalingen van het Vlaamse decreet van 9 juli 2021 dat het sociale huurstelsel hervormt. Het decreet voerde een uniform plafond van 15% sociale huurwoningen per gemeente in, waarboven geen bijkomende woningen meer konden worden gerealiseerd met Vlaamse financiering  .

Deze maatregel had tot doel het aanbod van sociale huurwoningen geografisch te spreiden door het gebruik van sociale woonbeleidsconvenanten te beperken. In gemeenten waar de vraag naar sociale woningen groter is dan 15% van het aantal huishoudens, werd de verdere uitbreiding van het aanbod echter onmogelijk, ondanks aantoonbare noden. Het Hof oordeelde dat deze beperking niet geschikt was om de nagestreefde doelstelling te bereiken en dat het verschil in behandeling inzake financiering niet redelijk verantwoord was. De bepaling werd daarom vernietigd.

Daarnaast voorzag het decreet in een uitsluiting van kandidaat-huurders gedurende drie jaar wanneer een eerdere huurovereenkomst door de vrederechter was ontbonden wegens overlast of ernstige nalatigheid. Het Hof benadrukte dat de beoordelingsvrijheid van de wetgever beperkt is wanneer maatregelen het risico meebrengen dat personen hun woning verliezen, wat geldt als een bijzonder ernstige inmenging in het recht op behoorlijke huisvesting.

De betrokken regeling leidde tot een aanzienlijke vermindering van de bescherming van sociale huurders en hield onvoldoende rekening met de lange wachttijden voor sociale woningen en met de bestaande mogelijkheden voor verhuurders om toewijzingen te weigeren. Bij gebrek aan redelijke verantwoording werd ook deze bepaling vernietigd wegens schending van het recht op behoorlijke huisvesting.

Lees de samenvatting in een andere taal: