Het Grondwettelijk Hof sprak zich op 16 januari 2025 uit over het Vlaamse decreet “wonen in eigen streek” (WIES). Twee partijen – vastgoedbedrijf Fremoluc NV en de mensenrechtenorganisatie Association de Promotion des Droits Humains et des Minorités – vroegen de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet. Ze argumenteerden dat het decreet, dat lokale binding als voorwaarde stelt voor de aankoop van vastgoed in bepaalde gemeenten, in strijd is met de Grondwet en het Europees recht, waaronder de bepalingen inzake vrij verkeer en het verbod op discriminatie.

Een centraal punt van kritiek betrof artikel 5, eerste lid, 1°, dat stelt dat een kandidaat-WIES-koper enkel als lokaal gebonden geldt indien hij minstens vijf jaar woonachtig was in de WIES-gemeente zelf of in een aangrenzende gemeente binnen het Vlaamse Gewest. Volgens de verzoekende partijen sluit deze bepaling onterecht personen uit die in aangrenzende Brusselse of Waalse gemeenten wonen, en creëert ze een niet-rechtvaardig verschil in behandeling dat in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel).

Het Hof volgde die redenering en vernietigde gedeeltelijk artikel 5, eerste lid, 1°, van het decreet, in zoverre die bepaling alleen rekening houdt met woonperiodes in aangrenzende gemeenten van het Vlaamse Gewest, en dus inwoners van aangrenzende Brusselse of Waalse gemeenten uitsluit. Het Hof oordeelde dat deze beperking een ongerechtvaardigd onderscheid maakt dat strijdig is met de Grondwet.

Voor het overige liet het Hof het decreet voorlopig overeind. De Vlaamse Regering stelde dat het decreet legitieme doelstellingen nastreeft, zoals het tegengaan van sociale verdringing en het versterken van het sociale weefsel in regio’s met hoge vastgoedprijzen. Volgens het Hof kunnen dergelijke doelstellingen inderdaad grondwettelijk aanvaardbaar zijn, mits de voorwaarden proportioneel zijn en geen discriminatie veroorzaken.

Over andere betwiste elementen – zoals de gemeentelijke financiële tussenkomst bij de verkoop van WIES-woningen (artikel 10) – deed het Hof nog geen definitieve uitspraak. Daarover legde het Hof prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, met betrekking tot de mogelijke kwalificatie van die tussenkomst als niet-aangemelde staatssteun in strijd met het VWEU.

Lees de samenvatting in een andere taal :