Sinds eind jaren zeventig beheerde de Academie voor Muziek, Theater en Beeldende Kunsten een gebouw in staatseigendom dat bestemd was als woonvoorziening voor haar personeel. In het kader van de privatisering van het woningbestand wijzigde de stad Chișinău in 1995 de juridische status van meerdere gebouwen tot huurblokken, waarbij bewonersvouchers konden worden toegekend aan de daar verblijvende huurders  .

Begin 2006 startten zeventig bewoners een gerechtelijke procedure om de Academie te verplichten bij de lokale overheid dergelijke vouchers aan te vragen. De zaak werd gedurende meerdere jaren behandeld door verschillende rechtscolleges en mondde in 2012 uit in de uithuiszetting van de bewoners, zonder dat enige alternatieve huisvesting werd voorzien.

De woning vormt een essentieel onderdeel van het privéleven en is van fundamenteel belang voor identiteit, zelfbeschikking, lichamelijke en geestelijke integriteit en maatschappelijke stabiliteit. De bewoners verbleven gedurende meer dan tien jaar legaal in hun appartementen, betaalden huur en kosten en voerden aanzienlijke herstellingen uit die jarenlang waren nagelaten.

Hoewel de ontruiming een legitiem doel nastreefde, namelijk de bescherming van de rechten van de Academie en haar personeel, werd niet aangetoond dat deze inmenging proportioneel was. De nationale rechters hebben nagelaten rekening te houden met de concrete woonsituatie van de bewoners en met het ontbreken van een alternatief verblijf.

Door geen daadwerkelijke belangenafweging te maken tussen het woonrecht van de huurders en de belangen van de Academie, werd niet aangetoond dat de uithuiszetting noodzakelijk was in een democratische samenleving. De maatregel leidde bijgevolg tot een ongerechtvaardigde aantasting van het recht op respect voor de woning, in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Lees de samenvatting in een andere taal :