Het Europees Comité voor Sociale Rechten heeft op 2 juli 2024 uitspraak gedaan over de gegrondheid van klacht nr. 191/2020, ingediend door FEANTSA tegen Tsjechië. Het Comité houdt toezicht op de naleving van het Sociaal Handvest van 1961, dat door Tsjechië werd geratificeerd. De klacht betrof de verenigbaarheid van de Tsjechische wetgeving, het beleid en de praktijk inzake huisvesting met artikel 16 van het Handvest, dat het recht op adequate huisvesting voor gezinnen beschermt.
Volgens FEANTSA worden kwetsbare bevolkingsgroepen, waaronder arme huishoudens en de Roma-minderheid, geconfronteerd met structurele problemen. Het gaat onder meer om woononzekerheid en verhoogde risico’s op uithuiszetting, het ontbreken van een wettelijk kader voor sociale huisvesting, de vermindering van huisvestingstoelages en discriminerende praktijken. Daarnaast werden bepaalde gebieden uitgesloten van woonsteun via zogenoemde uitkeringsvrije zones en gelden strikte administratieve voorwaarden voor toegang tot sociale huisvesting.
De Tsjechische overheid stelde dat zij rekening houdt met de noden van kwetsbare groepen en integratiestrategieën voor Roma heeft uitgewerkt, en aldus voldoet aan haar verplichtingen onder het Handvest.
Het Comité oordeelde evenwel unaniem dat artikel 16 werd geschonden doordat de wetgeving inzake uithuiszettingen onvoldoende bescherming biedt aan kwetsbare groepen, het aanbod van sociale huurwoningen structureel ontoereikend is en de toegang tot huisvestingstoelages voor lage-inkomensgezinnen in sociaal uitgesloten gebieden niet effectief wordt gewaarborgd.
Daarnaast stelde het Comité unaniem een schending vast van artikel 16 gelezen in samenhang met de non-discriminatieclausule, aangezien deze tekortkomingen een onevenredig negatieve impact hebben op Roma-gezinnen. Er werd niet aangetoond dat voldoende maatregelen zijn genomen om hun toegang tot sociale huisvesting te verbeteren, terwijl belemmeringen bij het verkrijgen van huurtoelagen Roma disproportioneel treffen.
Met meerderheid van stemmen oordeelde het Comité dat geen schending werd vastgesteld wat betreft de tijdelijke aanduiding van uitkeringsvrije zones en de vereiste van een geregistreerde permanente verblijfplaats.
Tsjechië is gehouden passende maatregelen te nemen om een einde te maken aan de vastgestelde schendingen en het recht op adequate huisvesting voor kwetsbare gezinnen effectief te waarborgen.
Lees de samenvatting in een andere taal :