Het vonnis van de correctionele rechtbank van Gent van 7 januari 2020 betreft de strafrechtelijke vervolging van WoninGent, een sociale huisvestingsmaatschappij die zeventien ongeschikte woningen verhuurde, waarvan zeven als onbewoonbaar werden vastgesteld. Volgens de objectieve vaststellingen van de Wooninspectie voldeden deze woningen niet aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten van de Vlaamse Wooncode, maar werden zij desondanks voor bewoning aangeboden. De vastgestelde gebreken waren overwegend structureel van aard en konden niet aan de huurders worden toegeschreven, die reeds jarenlang klachten indienden en herstel eisten.

Het argument dat WoninGent ondanks haar inspanningen werd geconfronteerd met vertragende factoren wordt verworpen. Woningen moeten aan de opgelegde normen voldoen vóór verhuur, zodat het verder verhuren van gebrekkige woningen niet kan worden verantwoord. Het beroep op overmacht wegens financiële beperkingen en het ontbreken van een aangepast financieringsmodel wordt niet aanvaard, aangezien WoninGent op de hoogte was van de gebreken en eenvoudig had kunnen beslissen de woningen niet langer te verhuren.

Uit de feiten blijkt dat de inbreuken een strafbare gewoonte vormden. Bij het bepalen van de strafmaat wordt rekening gehouden met het fundamenteel recht op menswaardig wonen, het grondwettelijk recht op een menswaardig leven en de ernstige gezondheidsrisico’s waaraan de huurders werden blootgesteld. Ook de moeilijke werkomstandigheden van sociale huisvestingsmaatschappijen en de inspanningen die inmiddels werden geleverd, worden in aanmerking genomen zonder dat zij de strafbare feiten kunnen verontschuldigen.

WoninGent wordt veroordeeld tot een geldboete van 25.000 euro, waarvan 15.000 euro met uitstel voor een periode van drie jaar. De gevorderde verbeurdverklaring van vermogensvoordelen wordt afgewezen omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de maatschappij winst had gehaald uit de misdrijven.

Daarnaast wordt, onder verbeurte van een dwangsom, het herstel bevolen van alle vastgestelde gebreken in de woningen die nog niet vrijwillig waren aangepakt, binnen een termijn van twaalf maanden. Tot slot wordt WoninGent veroordeeld tot betaling van een billijke schadevergoeding aan de sociale huurders die zich als burgerlijke partij hadden gesteld.

Lees de samenvatting in een andere taal :