Een 48-jarige dame is voor de correctionele rechtbank van Luik verschenen voor vijf diefstallen in supermarkten die zij bekend heeft. Na te hebben vastgesteld dat de diefstallen basis levensmiddelen betroffen, namelijk voedsel, bier en verzorgingsproducten, heeft de rechter bij het bepalen van de strafmaat ook rekening gehouden met de levensomstandigheden van de dame: zij is dakloos, verblijft in een nachtopvang, wacht op bijstand van het OCMW en gebruikt methadon. Ze heeft ook een alcoholprobleem.
De rechter stelt vast dat de opeenvolgende gevangenisstraffen die in het verleden aan de betrokkene werden opgelegd, niet tot de gewenste resultaten hebben geleid en niet hebben belet om opnieuw in de fout te gaan. Hij overweegt daarom dat er geen reden is om een effectieve gevangenisstraf op te leggen die onnodig menselijk leed zou veroorzaken.
De rechter is van oordeel dat indien de beklaagde een leefloon zou hebben, zij niet langer genoodzaakt zou zijn eten of verzorgingsproducten te stelen om een waardige uitstraling te behouden. Hij meent ook dat de behandeling van haar drugs- en alcoholverslaving een prioriteit is.
De rechter concludeert dat zowel in het belang van de samenleving als van de beklaagde, medische en sociale hulp voorzien moet worden, dat de dame niet aan haar lot kan worden overgelaten in haar marginale leven als dakloze drugsgebruikster. Om die reden legt de rechter een gevangenisstraf van drie maanden met probatieuitstel op: tijdens een proeftijd van drie jaar moet de beklaagde zich houden aan verschillende voorwaarden, waaronder begeleiding door een justitieassistent, een ontwenningskuur en, indien nodig, medische en psychologische opvolging.
Dit vonnis illustreert de grenzen van het strafrecht en het opleggen van gevangenisstraffen in situaties van extreme armoede. N.B. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
Lees de samenvatting in een andere taal :