De heer B. werd op 20 december 2022 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens diefstal van een voertuig en slagen en verwondingen. Hoewel het vonnis reeds op 29 december 2022 werd betekend overeenkomstig artikel 40, §2, van het Gerechtelijk Wetboek, tekende hij pas op 28 juni 2023 verzet aan – ruims buiten de wettelijke termijn.

De correctionele rechtbank van Luik verklaarde dit laattijdige verzet toch ontvankelijk wegens overmacht. Daarbij verwees zij naar het analfabetisme van de beklaagde dat volgens de rechtbank had geleid tot een gebrek aan inzicht in de draagwijdte van zijn handtekening op het betekeningsdocument. Bij nieuw vonnis van 13 juli 2023 werd de heer B. schuldig bevonden en veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf met uitstel onder probatievoorwaarden voor een periode van drie jaar. Tot die voorwaarden behoorde onder meer de verplichting om alfabetiseringscursussen te volgen.

Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in, en het Hof van Beroep van Luik sprak zich op 16 oktober 2025 uit door het verzet alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Het Hof bevestigde dat overmacht drie cumulatieve voorwaarden vereist – de gebeurtenis moet onweerstaanbaar, onvoorzienbaar en onafhankelijk van de wil van de betrokken persoon zijn – en oordeelde dat analfabetisme hieraan niet voldoet, nu het een persoonlijke situatie betreft die onder de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene valt. De verdachte had, zich bewust van zijn lees- en begripsmoeilijkheden, de nodige maatregelen moeten nemen. Het Hof waarschuwde ten slotte dat het aanvaarden van het tegendeel afbreuk zou doen aan de rechtszekerheid en de gelijke behandeling voor de wet.

Het Hof van Beroep vernietigde het vonnis na tegenspraak en herstelde de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke verstekvonnis: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden, zonder probatie-uitstel.

Lees de samenvatting in een andere taal :