In het kader van de energiecrisis, veroorzaakt door het economisch herstel na COVID-19 en de Russische inval in Oekraïne, werden tijdelijke steunmaatregelen ingevoerd om de sterke stijging van de energieprijzen voor gezinnen te verzachten. Tot deze maatregelen behoorden federale elektriciteits- en gaspremies, toegekend op basis van residentiële energiecontracten.
Tegen deze regelgeving werden beroepen ingesteld, onder meer wegens de uitsluiting van bewoners van woonzorgcentra en assistentiewoningen van het recht op deze premies. Daarnaast werd aangevoerd dat gezinnen die met elektriciteit verwarmen ongelijk worden behandeld ten opzichte van gezinnen die gas, stookolie of bulkpropaan gebruiken.
Bij de beoordeling van deze verschillen in behandeling wordt uitgegaan van de ruime beoordelingsmarge waarover de wetgever beschikt op sociaaleconomisch vlak. In een context van uitzonderlijke crisis mocht worden gekozen voor een snelle en eenvoudige toekenningswijze, gebaseerd op het type energiebron, zonder rekening te houden met het werkelijke energieverbruik of het concrete gebruik ervan door de gezinnen.
Wat de bewoners van woonzorgcentra betreft, stond het de wetgever vrij om de premies te koppelen aan individuele residentiële contracten, met als doel de grootst mogelijke groep te bereiken binnen de federale bevoegdheden. Deze bewoners worden slechts indirect geconfronteerd met de stijgende energieprijzen en niet op dezelfde wijze als huishoudens met een eigen energiecontract. Er blijkt bovendien geen sprake te zijn van onevenredige gevolgen voor hun energievoorziening.
Ten slotte wordt onderzocht of deze regeling leidt tot een indirect onderscheid op grond van leeftijd of handicap. Hoewel bewoners van woonzorgcentra doorgaans ouderen zijn of personen met een verminderde autonomie, berust het verschil in behandeling op bijzonder dwingende redenen van sociaaleconomische aard. De noodzaak om snel te reageren op een uitzonderlijke energiecrisis rechtvaardigt deze keuze.
Bijgevolg worden de ingestelde beroepen verworpen en blijft de grondwettigheid van de betrokken bepalingen bevestigd.
Lees de samenvatting in een andere taal :