“Gebroken menselijke mogelijkheden” beschrijft een filocafé over menselijke waardigheid, waar Brusselaars met een leefloon hun ervaringen delen. Digitale verhalen tonen hun afhankelijkheid en strijd met maatschappelijk werkers. Kantelmethodiek wordt ontwikkeld om fundamentele noden te identificeren via digital storytelling, leesateliers en expo-échanges. Menselijke mogelijkheden zoals zorg, zekerheid, eigenaarschap en betrokkenheid worden benadrukt als essentieel voor waardigheid. Lichaamskennis en expressieve uitbeelding van gevoelens spelen een cruciale rol in het blootleggen van deze noden. Het project benadrukt de noodzaak om machtsverhoudingen te kantelen en menselijke waardigheid te herstellen.
Dit artikel laat de achterkant zien van armoede en hoe menselijke waardigheid als grondrecht de leidraad is voor de kantelmethodiek. Deze methodiek brengt mensen die leven van een leefloon en hun hulpverleners met elkaar in verbinding. Daar waar grondrechten als norm vaak afstandelijk worden toegepast, is de menselijke waardigheid in de verhalen een doorleefde werkelijkheid die het grondrecht meer nabij doet komen.
—-
Tijdens een filocafé over menselijke waardigheid kwamen Brusselaars met een leefloon samen met sociaalwerkdocenten en burgercollectieven om hun ervaringen met het OCMW te delen. Via digitale verhalen brachten zij persoonlijke getuigenissen van afhankelijkheid, schaamte, angst en machteloosheid naar voren, maar ook van hoop en strijdvaardigheid. Deze verhalen maakten zichtbaar hoe contacten met hulpverleningsinstanties diep kunnen ingrijpen in het dagelijks leven en het zelfbeeld van rechthebbenden .
De getuigenissen ontstonden binnen een traject van participatief actieonderzoek met Collectif Cartach, waarbij ervaringskennis centraal stond. Door middel van digital storytelling, beeldend werk en gezamenlijke reflectie werd onderzocht hoe machtsongelijkheid tussen rechthebbenden en instellingen wordt beleefd en welke fundamentele menselijke noden daardoor worden geraakt.
Uit dit proces groeide het inzicht dat armoede niet enkel een tekort aan middelen blootlegt, maar vooral een aantasting vormt van broze menselijke mogelijkheden. Deze mogelijkheden worden zichtbaar via gevoelens en lichamelijke ervaringen die verbonden zijn met wachten, beoordeeld worden, afgewezen worden en het verlies van controle over het eigen bestaan.
Om deze ervaringen te begrijpen werd een gelaagde ‘kantelmethode’ ontwikkeld, gebaseerd op narratieve expressie, gezamenlijke interpretatie en publieke dialoog. Door verhalen te delen, beelden te lezen en betekenis te geven aan emoties kwamen achterliggende noden geleidelijk aan het licht.
Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen ‘dunne’ noden, gericht op louter overleven, en ‘dikke’ noden die betrekking hebben op menselijke ontplooiing. Fundamentele noden blijken geen louter materiële voorzieningen te zijn, maar vermogens om mens te kunnen zijn.
Zes onderling verbonden menselijke mogelijkheden werden zichtbaar: zich veilig voelen, zorg kunnen dragen voor het eigen bestaan, eigenaarschap over het leven uitoefenen, een plaats hebben in de wereld, innerlijke dialoog kunnen voeren en een zinvol toekomstperspectief behouden. Wanneer één van deze mogelijkheden wordt aangetast, komen ook de andere onder druk te staan.
Menselijke waardigheid blijkt daardoor geen vast bezit, maar een kwetsbaar evenwicht dat voortdurende erkenning en ondersteuning vereist. Het herstel ervan veronderstelt dat maatschappelijk werk ruimte maakt voor ervaringskennis, emoties en dialoog, zodat mensen opnieuw hun menselijke mogelijkheden kunnen ontwikkelen en realiseren.
Dit commentaar is alleen beschikbaar in het Nederlands: