Zowel staten als lokale overheden worden geconfronteerd met aanhoudende extreme armoede en een structureel tekort aan betaalbare woningen. In plaats van deze oorzaken aan te pakken, kiezen zij steeds vaker voor ontkenning door gedragingen te verbieden zoals bedelen, slapen in parken, koken of zich wassen in de openbare ruimte. Wanneer armoede niet met voldoende middelen wordt bestreden, worden de armen zelf bestreden en uit het publieke zicht verdreven  .

Dit fenomeen werd onderzocht door twee speciale VN-rapporteurs op verzoek van de Mensenrechtenraad. Hun rapport, gebaseerd op meer dan 130 bijdragen van ngo’s en experts wereldwijd, brengt het volledige arsenaal aan repressieve maatregelen in kaart die worden ingezet tegen dakloze personen en mensen in extreme armoede.

De verboden richten zich op activiteiten die essentieel zijn voor het levensonderhoud en het behoud van menselijke waardigheid van personen die geen toegang hebben tot huisvesting of basisvoorzieningen. Het strafbaar stellen van deze handelingen treft mensen die geen alternatieven hebben en criminaliseert hun bestaanswijze.

In Europa vormde het arrest Lăcătuş tegen Zwitserland een belangrijk keerpunt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat het beboeten van een persoon die geen middelen van bestaan heeft en geen sociale bijstand ontvangt wegens bedelarij een schending inhoudt van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven. Deze rechtspraak werd later verduidelijkt, maar niet verlaten.

Ook andere internationale mensenrechteninstanties, waaronder het Afrikaanse en het Inter-Amerikaanse mensenrechtenhof, ontwikkelden een gelijkaardige benadering die de bijzondere kwetsbaarheid van personen in armoede erkent.

Ondanks deze ontwikkelingen blijven repressieve maatregelen bestaan. In de Verenigde Staten werd de kwestie opnieuw op scherp gesteld in de zaak City of Grants Pass v. Johnson. Hoewel het Hooggerechtshof de strafbaarstelling van slapen en kamperen in openbare ruimtes toeliet, wezen dissidente rechters erop dat slaap een biologische noodzaak is en dat het bestraffen ervan in werkelijkheid neerkomt op het sanctioneren van dakloosheid zelf.

De speciale rapporteurs onderschrijven deze kritiek. Zij benadrukken dat dakloosheid uitsluitend kan worden bestreden door toegang tot adequate huisvesting te garanderen. Het criminaliseren van armoede vermindert het aantal dakloze personen niet, maar verdiept hun uitsluiting.

Deze regelgeving leidt tot een dubbele bestraffing: eerst door mensen op straat te doen belanden, vervolgens door het overleven op straat strafbaar te maken. Sancties bemoeilijken nadien de toegang tot werk en huisvesting, slorpen publieke middelen op en versterken de stigmatisering.

De cyclus doorbreken vereist een fundamentele beleidsomslag, waarbij mensenrechten, menselijke waardigheid en het recht op wonen centraal worden geplaatst in plaats van repressie en bestraffing.

Lees het commentaar in een andere taal: