Dit artikel onderzoekt bedelarij in Brussel als analytisch vertrekpunt om de spanning bloot te leggen tussen formele sociale grondrechten en de feitelijke toegang ertoe.
Vertrekkend van de concepten denizenship en superdiversiteit tonen de auteurs aan dat mensen die bedelen geen homogene groep vormen, maar uiteenlopende posities innemen op het vlak van arbeid, verblijfsstatuut en sociale bescherming.
Op basis van 66 kwalitatieve interviews onderscheiden zij vier profielen van denizenship: (1) gestold denizenship, waarbij bedelen de enige inkomensbron vormt als gevolg van structurele uitsluiting; (2) transitief denizenship, na opeenvolgende breukervaringen zoals jobverlies of ziekte; (3) circulair denizenship, ingebed in transnationale mobiliteitspatronen, voornamelijk bij Roma-families; en (4) partieel denizenship, waarbij bedelen dient als aanvulling op ontoereikende uitkeringen voor burgers die formeel wel zijn ingesloten.
De analyse maakt zichtbaar dat rechten niet eenvoudigweg aanwezig of afwezig zijn, maar op een gradueel, voorwaardelijke en gefragmenteerde manier worden gerealiseerd.
Bedelarij verschijnt daarbij niet als een individuele keuze of een vorm van overlast, maar als een uiting van structurele tekortkomingen in de organisatie van sociale bescherming en de verwezenlijking van grondrechten in een superdiverse stad.
Dit commentaar is alleen beschikbaar in het Nederlands.