De wet van 30 oktober 2022 voerde tijdelijke ondersteuningsmaatregelen in naar aanleiding van de energiecrisis. Zij voorzag in de toekenning van een federale elektriciteits- en gaspremie, het zogenaamde basispakket, bedoeld om de stijgende energiekosten voor huishoudelijke afnemers te verlichten .
Het basispakket bestond uit een eenmalige forfaitaire premie voor elektriciteit en gas, toegekend aan klanten die op 30 september 2022 beschikten over een geldig leveringscontract. De toekenning diende automatisch te gebeuren via de energieleverancier, zonder dat de rechthebbende hiervoor een aanvraag moest indienen.
Een tweede premie werd later ingevoerd voor de maanden januari tot en met maart 2023, als aanvullende steunmaatregel.
In het voorliggende geval stelde de betrokkene vast dat het basispakket hem niet automatisch was toegekend. Hij diende daarom een elektronische aanvraag in bij de FOD Economie. Deze aanvraag werd gedeeltelijk geweigerd voor de gaspremie voor november en december 2022.
Tegen deze weigering werd zonder advocaat een beroep tot vernietiging ingesteld bij de Raad van State.
Tijdens de procedure erkende de administratie dat de wettelijke voorwaarden voor toekenning vervuld waren. Het basispakket voor zowel gas als elektriciteit werd alsnog volledig uitbetaald.
Hierdoor werd volledige voldoening verkregen en verviel het belang bij het beroep. De Raad van State verklaarde het beroep onontvankelijk.
De kosten van het beroep dienden evenwel door de overheid te worden terugbetaald, aangezien het initiële verzuim in de automatische toekenning aanleiding had gegeven tot de gerechtelijke procedure.
Lees de samenvatting in een andere taal :