Olivier DE SCHUTTER en Juan MENDEZ, La fabrique de la pauvreté. De la lutte contre la pauvreté à la guerre aux pauvres, uitgeverij Futuropolis, 2026.
Documentaire stripverhalen zijn helemaal in, en dat is een goede zaak. Meer nog dan een dik boek vol verwijzingen of een droog rapport lenen zij zich ertoe om een complexe boodschap over te brengen aan een breed publiek. Zij zijn sterk in het vertellen van verhalen en slagen er in dit geval in om op zijn zachtst gezegd ernstig onderwerp met een flinke dosis humor aan te brengen. De tekeningen versterken de tekst en blijven hangen. Dankzij Olivier De Schutter en Juan Mendez worden armoede – op zich een abstract begrip – en de soms complexe statistische analyses erover letterlijk zichtbaar en tastbaar.
Olivier De Schutter, hoogleraar internationaal recht aan de UCLouvain en hoogleraar aan Sciences Po in Parijs, put uit zijn ervaring als speciaal VN-rapporteur voor mensenrechten en extreme armoede. Denk echter niet dat hij zich ermee tevreden stelt de lezer mee te nemen naar de hoge academische of VN-kringen. Hij staat zeer dicht bij het maatschappelijk middenveld en laat ons kennismaken met mensen die in armoede leven, van wie hij het verhaal optekent en doorgeeft. Juan Mendez is afgestudeerd in beeldende kunst aan het Institut Saint-Luc in Brussel. Hij specialiseerde zich in “geëngageerde” stripverhalen en weet met één penstreek uit te drukken wat een hele pagina geschreven tekst zou vereisen. Het directe, eigentijdse taalgebruik “ja, echt wel”, “yo”, “dus” brengt de lezer dichter bij zijn dagelijkse wereld.
Het werk draait om drie fictieve personages. Allereerst is er “De val van Germain”, die verliest wat hem een plaats in de samenleving gaf, en wellicht ook zijn relatieve geluk. Hij wordt ontslagen als heftruckchauffeur, gaat uit elkaar met zijn partner die geen “loser” meer aan haar zijde wil, en hij belandt op straat. Hij kan zich maar moeilijk verzoenen met bedelen en wordt geconfronteerd met ‘armoedefobie’ en intimidatie door de politie. Een museumbezoek in gezelschap van een toevallige voorbijgangster geeft hem – en vooral de lezer – de kans om zich te verdiepen in de grote geleerden die beweerden te hebben aangetoond dat armoede onvermijdelijk is en dat men de armen vooral niet mag helpen: Malthus of Bentham, de theoretici van het liberalisme met hun “trickle-down”-theorie, volgens welke de verrijking van de rijken ook de armen ten goede komt (dat werkt niet, voor het geval u het nog niet was opgevallen; het is de grote leugen van het liberalisme en, a fortiori, van het kapitalisme). Het museum is ook de aanleiding om de wet van Say over de afzetmarkten uit te leggen, en het fenomeen van het “niet-gebruik maken van rechten” toe te lichten: waarom mensen in precaire situaties of arme mensen er niet in slagen hun rechten te doen gelden, met name het recht op een minimuminkomen. De Gini-index, die de aanhoudende kloof tussen arm en rijk meet, toont aan dat deze kloof bij ons kleiner is dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, wat niemand zal verbazen, maar het is slechts een schrale troost voor wie uitgesloten blijft. Tot slot herinneren Bismarck en zijn punthelm ons eraan dat sociale zekerheid oorspronkelijk geen bijstand was, iets wat de neoliberale krachten vandaag willen veranderen, ook in België. Zij was echt bedoeld als “zekerheid” en vormt in wezen een voorwaarde voor vrede en welvaart.
Het volgend hoofdstuk, “De impasse van Kevin”, gaat over een jongen die opgroeide in armoede en probeert daaruit te komen. Hij is onder meer afhankelijk van voedselhulp en heeft een moeizame relatie met de sociale diensten. Zijn verhaal illustreert hoe armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven: een onzekere jeugd beperkt de mogelijkheden op het gebied van onderwijs, werk, huisvesting en sociale relaties, wat vervolgens het risico op armoede op volwassen leeftijd vergroot. Het is een zekere Pierre Bourdieu die dit alles aan Kevin uitlegt, gevolgd door James Heckman, maar Kevin heeft minder behoefte aan uitleg dan de lezer, omdat hij elke dag ondervindt hoe zwaar de trappen zijn die hij moet beklimmen, veel zwaarder dan voor anderen. Het hoofdstuk is niet louter een popularisering van sociologische theorieën. De auteurs benadrukken wat zich niet in cijfers laat vatten en wat de kern van armoede vormt, veel meer nog dan wat uit academische analyses naar voren komt: de schaamte en de vernedering van degenen die eronder lijden. Het verhaal van Kevin is tevens de aanleiding om stil te staan bij de rol van het maatschappelijk middenveld en de verenigingen die armoede bestrijden, de rol van de politiek, en bij die van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het laatste deel van de strip, “De campagne van Mélissa”, zet vraagtekens bij de representativiteit die voortvloeit uit democratische verkiezingen, met name op Europees en Frans niveau. De volksklassen zijn er zeer slecht vertegenwoordigd, wat ook hun afkeer van de politiek en van politici verklaart. Om nog maar te zwijgen van het feit dat politici zowel liegen over hun werkelijke representativiteit als over hun bereidheid om armoede uit te bannen. Bijzonder treffend is het portret van Marine Le Pen, die vanaf het podium zegt te spreken “namens alle Fransen”, maar getooid is met een Pinokkio-neus. Het is immers oneindig moeilijk om de stem van de allerarmsten politiek – in de nobele zin van het woord – te laten horen. De tekeningen die in dit verband verwijzen naar zestig jaar ononderbroken inspanningen van de Beweging ATD Quart Monde suggereren dat net de stem van de armen de democratie zou kunnen redden, ten voordele van iedereen, arm of rijk, en dat armoede niet onvermijdelijk is.
Een boek dat u meerdere keren moet lezen, omdat de diepgang en relevantie ervan niet in één lezing volledig tot uiting komen.
Indien u wenst deel te nemen aan een gesprek over de strip en de thema’s die erin aan bod komen, vindt u hieronder de data van de voorstellingen :
- op 15 september in Louvain-la-Neuve : https://www.lapagedapres.be/agenda/complet-rencontre-avec-olivier-de-schutter-et-juan-mendez/
- op 16 september in de Tricoterie te Sint-Gillis, met Christine Mahy : https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7503447154984910848/
- op 22 september bij Amnesty International Waversesteenweg te Elsene : https://www.amnesty.be/evenement/fabrique-pauvrete-rencontre
- op 25 september in Luik : https://novacitis.be/evenements/aperos-livres-de-la-menuiserie-la-fabrique-de-la-pauvrete-avec-o-de-schutter/
- op 28 oktober in café “Le Nomade” te Elsene, met Céline Nieuwenhuys : https://www.lenomadebxl.be/event/conference-sur-la-fabrique-de-la-pauvrete-bd-avec-olivier-de-schutter-et-celine-nieuwenhuys/